Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Leunen

leunen = to lean

Hele werkwoord
leunen
Verleden tijd
leunde · leunden
Voltooide tijd
heeft geleund

Kort antwoord

Leunen is in het Engels to lean. Verleden tijd: leunde (enkelvoud) en leunden (meervoud). Voltooid deelwoord: geleund, met hebben: ik heb geleund.

Oefen leunen

Tegenwoordige tijd

ikleun
jijleunt
hij/zij/hetleunt
wijleunen
jullieleunen
zijleunen

Verleden tijd

ikleunde
jijleunde
hij/zij/hetleunde
wijleunden
jullieleunden
zijleunden

Voltooide tijd

ikheb geleund
jijhebt geleund
hij/zij/hetheeft geleund
wijhebben geleund
julliehebben geleund
zijhebben geleund

Voltooid verleden tijd

ikhad geleund
jijhad geleund
hij/zij/hethad geleund
wijhadden geleund
julliehadden geleund
zijhadden geleund

Toekomende tijd

ikzal leunen
jijzult leunen
hij/zij/hetzal leunen
wijzullen leunen
julliezullen leunen
zijzullen leunen

Voorwaardelijke wijs

ikzou leunen
jijzou leunen
hij/zij/hetzou leunen
wijzouden leunen
julliezouden leunen
zijzouden leunen

Oefen leunen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

leunen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Hij tegen de muur en wacht op de bus.

  2. Verleden tijd

    Wij allebei over het hek.

  3. Voltooide tijd

    Ik de hele avond tegen de bank .

  4. Bijzin

    Mijn oma zit ontspannen, omdat ze tegen een zacht kussen .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is leun. In leunen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (leunde, leunden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geleund).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij leunt, maar leun jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van leunen?

leunde (ik, jij, hij/zij/het) en leunden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van leunen?

geleund, met hebben: ik heb geleund.

Gebruik je leunen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geleund, hij heeft geleund.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.