Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Leven

leven = to live

Hele werkwoord
leven
Verleden tijd
leefde · leefden
Voltooide tijd
heeft geleefd

Kort antwoord

Leven is in het Engels to live. Verleden tijd: leefde (enkelvoud) en leefden (meervoud). Voltooid deelwoord: geleefd, met hebben: ik heb geleefd.

Oefen leven

Tegenwoordige tijd

ikleef
jijleeft
hij/zij/hetleeft
wijleven
jullieleven
zijleven

Verleden tijd

ikleefde
jijleefde
hij/zij/hetleefde
wijleefden
jullieleefden
zijleefden

Voltooide tijd

ikheb geleefd
jijhebt geleefd
hij/zij/hetheeft geleefd
wijhebben geleefd
julliehebben geleefd
zijhebben geleefd

Voltooid verleden tijd

ikhad geleefd
jijhad geleefd
hij/zij/hethad geleefd
wijhadden geleefd
julliehadden geleefd
zijhadden geleefd

Toekomende tijd

ikzal leven
jijzult leven
hij/zij/hetzal leven
wijzullen leven
julliezullen leven
zijzullen leven

Voorwaardelijke wijs

ikzou leven
jijzou leven
hij/zij/hetzou leven
wijzouden leven
julliezouden leven
zijzouden leven

Oefen leven

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

leven in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn opa nog steeds in een klein huis.

  2. Verleden tijd

    Vroeger ik in een groot dorp.

  3. Bijzin

    Ik hoop dat jij lang en gezond .

  4. Verleden tijd

    Toen wij jong waren, we heel eenvoudig.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is leef. In leven staat v voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (leefde, leefden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geleefd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij leeft, maar leef jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van leven?

leefde (ik, jij, hij/zij/het) en leefden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van leven?

geleefd, met hebben: ik heb geleefd.

Gebruik je leven met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geleefd, hij heeft geleefd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.