Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Lokken

lokken = to lure

Hele werkwoord
lokken
Verleden tijd
lokte · lokten
Voltooide tijd
heeft gelokt

Kort antwoord

Lokken is in het Engels to lure. Verleden tijd: lokte (enkelvoud) en lokten (meervoud). Voltooid deelwoord: gelokt, met hebben: ik heb gelokt.

Oefen lokken

Tegenwoordige tijd

iklok
jijlokt
hij/zij/hetlokt
wijlokken
jullielokken
zijlokken

Verleden tijd

iklokte
jijlokte
hij/zij/hetlokte
wijlokten
jullielokten
zijlokten

Voltooide tijd

ikheb gelokt
jijhebt gelokt
hij/zij/hetheeft gelokt
wijhebben gelokt
julliehebben gelokt
zijhebben gelokt

Voltooid verleden tijd

ikhad gelokt
jijhad gelokt
hij/zij/hethad gelokt
wijhadden gelokt
julliehadden gelokt
zijhadden gelokt

Toekomende tijd

ikzal lokken
jijzult lokken
hij/zij/hetzal lokken
wijzullen lokken
julliezullen lokken
zijzullen lokken

Voorwaardelijke wijs

ikzou lokken
jijzou lokken
hij/zij/hetzou lokken
wijzouden lokken
julliezouden lokken
zijzouden lokken

Oefen lokken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

lokken in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De geur van vers brood veel klanten naar de bakker.

  2. Verleden tijd

    De visser de vissen met brood.

  3. Voltooide tijd

    Het mooie weer veel mensen naar het strand .

  4. Bijzin

    De winkel is druk omdat de lage prijzen veel mensen .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is lok. In lokken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (lokte, lokten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gelokt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij lokt, maar lok jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van lokken?

lokte (ik, jij, hij/zij/het) en lokten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van lokken?

gelokt, met hebben: ik heb gelokt.

Gebruik je lokken met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gelokt, hij heeft gelokt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.