Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Legen conjugation

legen = to empty

Infinitive
legen
Past
leegde · leegden
Perfect
heeft geleegd

Quick answer

Legen means to empty. Past tense: leegde (singular) and leegden (plural). Past participle: geleegd, with hebben: ik heb geleegd.

Practise legen

Present (tegenwoordige tijd)

ikleeg
jijleegt
hij/zij/hetleegt
wijlegen
jullielegen
zijlegen

Past (verleden tijd)

ikleegde
jijleegde
hij/zij/hetleegde
wijleegden
jullieleegden
zijleegden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb geleegd
jijhebt geleegd
hij/zij/hetheeft geleegd
wijhebben geleegd
julliehebben geleegd
zijhebben geleegd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad geleegd
jijhad geleegd
hij/zij/hethad geleegd
wijhadden geleegd
julliehadden geleegd
zijhadden geleegd

Future (toekomende tijd)

ikzal legen
jijzult legen
hij/zij/hetzal legen
wijzullen legen
julliezullen legen
zijzullen legen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou legen
jijzou legen
hij/zij/hetzou legen
wijzouden legen
julliezouden legen
zijzouden legen

Practise legen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is leeg. The infinitive legen has g before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (leegde, leegden) and the participle ends in -d (geleegd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij leegt, but leeg jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of legen?

leegde (ik, jij, hij/zij/het) and leegden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of legen?

geleegd, with hebben: ik heb geleegd.

Is legen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb geleegd, hij heeft geleegd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.