Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Luiden

luiden = to sound, read

Hele werkwoord
luiden
Verleden tijd
luidde · luidden
Voltooide tijd
heeft geluid

Kort antwoord

Luiden is in het Engels to sound, read. Verleden tijd: luidde (enkelvoud) en luidden (meervoud). Voltooid deelwoord: geluid, met hebben: ik heb geluid.

Oefen luiden

Tegenwoordige tijd

ikluid
jijluidt
hij/zij/hetluidt
wijluiden
jullieluiden
zijluiden

Verleden tijd

ikluidde
jijluidde
hij/zij/hetluidde
wijluidden
jullieluidden
zijluidden

Voltooide tijd

ikheb geluid
jijhebt geluid
hij/zij/hetheeft geluid
wijhebben geluid
julliehebben geluid
zijhebben geluid

Voltooid verleden tijd

ikhad geluid
jijhad geluid
hij/zij/hethad geluid
wijhadden geluid
julliehadden geluid
zijhadden geluid

Toekomende tijd

ikzal luiden
jijzult luiden
hij/zij/hetzal luiden
wijzullen luiden
julliezullen luiden
zijzullen luiden

Voorwaardelijke wijs

ikzou luiden
jijzou luiden
hij/zij/hetzou luiden
wijzouden luiden
julliezouden luiden
zijzouden luiden

Oefen luiden

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

luiden in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De tekst van het bord als volgt: geen toegang.

  2. Verleden tijd

    Het antwoord van de directeur kort en duidelijk.

  3. Voltooide tijd

    De kerkklok om twaalf uur .

  4. Verleden tijd

    De regels heel streng in die oude school.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is luid. In luiden staat d voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (luidde, luidden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geluid).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij luidt, maar luid jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van luiden?

luidde (ik, jij, hij/zij/het) en luidden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van luiden?

geluid, met hebben: ik heb geluid.

Gebruik je luiden met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geluid, hij heeft geluid.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.