Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Meespelen

meespelen = to take part

Hele werkwoord
meespelen
Verleden tijd
speelde mee · speelden mee
Voltooide tijd
heeft meegespeeld

Kort antwoord

Meespelen is in het Engels to take part. Verleden tijd: speelde mee (enkelvoud) en speelden mee (meervoud). Voltooid deelwoord: meegespeeld, met hebben: ik heb meegespeeld.

Oefen meespelen

Tegenwoordige tijd

ikspeel mee
jijspeelt mee
hij/zij/hetspeelt mee
wijspelen mee
julliespelen mee
zijspelen mee

Verleden tijd

ikspeelde mee
jijspeelde mee
hij/zij/hetspeelde mee
wijspeelden mee
julliespeelden mee
zijspeelden mee

Voltooide tijd

ikheb meegespeeld
jijhebt meegespeeld
hij/zij/hetheeft meegespeeld
wijhebben meegespeeld
julliehebben meegespeeld
zijhebben meegespeeld

Voltooid verleden tijd

ikhad meegespeeld
jijhad meegespeeld
hij/zij/hethad meegespeeld
wijhadden meegespeeld
julliehadden meegespeeld
zijhadden meegespeeld

Toekomende tijd

ikzal meespelen
jijzult meespelen
hij/zij/hetzal meespelen
wijzullen meespelen
julliezullen meespelen
zijzullen meespelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou meespelen
jijzou meespelen
hij/zij/hetzou meespelen
wijzouden meespelen
julliezouden meespelen
zijzouden meespelen

Meespelen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat mee naar het einde (ik speel mee). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik meespeel). Voltooid deelwoord: meegespeeld.

Hoofdzinik speel mee
Vraagspeel jij mee?
Bijzin… dat ik meespeel
Met een modaal werkwoordik wil meespelen
Voltooide tijdik heb meegespeeld
Met om ... teom mee te spelen
Gebiedende wijsspeel mee!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen meespelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

meespelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn zus ook in het toernooi.

  2. Verleden tijd

    Mijn broer vroeger in een bandje .

  3. Voltooide tijd

    Alle kinderen bij het schooltoneel .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is speel. In spelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (speelde, speelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (meegespeeld).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat mee naar het eind: ik speel mee. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik meespeel, ... dat ik meespeelde.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: meegespeeld.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van meespelen?

speelde mee (ik, jij, hij/zij/het) en speelden mee (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van meespelen?

meegespeeld, met hebben: ik heb meegespeeld.

Gebruik je meespelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb meegespeeld, hij heeft meegespeeld.

Is meespelen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat mee naar het einde (ik speel mee), in een bijzin blijft het vast (dat ik meespeel). Voltooid deelwoord: meegespeeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.