Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Meespelen
meespelen = to take part
- Hele werkwoord
- meespelen
- Verleden tijd
- speelde mee · speelden mee
- Voltooide tijd
- heeft meegespeeld
Kort antwoord
Meespelen is in het Engels to take part. Verleden tijd: speelde mee (enkelvoud) en speelden mee (meervoud). Voltooid deelwoord: meegespeeld, met hebben: ik heb meegespeeld.
Oefen meespelenTegenwoordige tijd
| ik | speel mee |
| jij | speelt mee |
| hij/zij/het | speelt mee |
| wij | spelen mee |
| jullie | spelen mee |
| zij | spelen mee |
Verleden tijd
| ik | speelde mee |
| jij | speelde mee |
| hij/zij/het | speelde mee |
| wij | speelden mee |
| jullie | speelden mee |
| zij | speelden mee |
Voltooide tijd
| ik | heb meegespeeld |
| jij | hebt meegespeeld |
| hij/zij/het | heeft meegespeeld |
| wij | hebben meegespeeld |
| jullie | hebben meegespeeld |
| zij | hebben meegespeeld |
Voltooid verleden tijd
| ik | had meegespeeld |
| jij | had meegespeeld |
| hij/zij/het | had meegespeeld |
| wij | hadden meegespeeld |
| jullie | hadden meegespeeld |
| zij | hadden meegespeeld |
Toekomende tijd
| ik | zal meespelen |
| jij | zult meespelen |
| hij/zij/het | zal meespelen |
| wij | zullen meespelen |
| jullie | zullen meespelen |
| zij | zullen meespelen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou meespelen |
| jij | zou meespelen |
| hij/zij/het | zou meespelen |
| wij | zouden meespelen |
| jullie | zouden meespelen |
| zij | zouden meespelen |
Meespelen is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat mee naar het einde (ik speel mee). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik meespeel). Voltooid deelwoord: meegespeeld.
| Hoofdzin | ik speel mee |
| Vraag | speel jij mee? |
| Bijzin | … dat ik meespeel |
| Met een modaal werkwoord | ik wil meespelen |
| Voltooide tijd | ik heb meegespeeld |
| Met om ... te | om mee te spelen |
| Gebiedende wijs | speel mee! |
Oefen meespelen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
meespelen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is speel. In spelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (speelde, speelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (meegespeeld).
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat mee naar het eind: ik speel mee. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik meespeel, ... dat ik meespeelde.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: meegespeeld.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van meespelen?
speelde mee (ik, jij, hij/zij/het) en speelden mee (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van meespelen?
meegespeeld, met hebben: ik heb meegespeeld.
Gebruik je meespelen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb meegespeeld, hij heeft meegespeeld.
Is meespelen een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat mee naar het einde (ik speel mee), in een bijzin blijft het vast (dat ik meespeel). Voltooid deelwoord: meegespeeld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.