Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Nestelen

nestelen = to nestle, settle

Hele werkwoord
nestelen
Verleden tijd
nestelde · nestelden
Voltooide tijd
heeft genesteld

Kort antwoord

Nestelen is in het Engels to nestle, settle. Verleden tijd: nestelde (enkelvoud) en nestelden (meervoud). Voltooid deelwoord: genesteld, met hebben: ik heb genesteld.

Oefen nestelen

Tegenwoordige tijd

iknestel
jijnestelt
hij/zij/hetnestelt
wijnestelen
jullienestelen
zijnestelen

Verleden tijd

iknestelde
jijnestelde
hij/zij/hetnestelde
wijnestelden
jullienestelden
zijnestelden

Voltooide tijd

ikheb genesteld
jijhebt genesteld
hij/zij/hetheeft genesteld
wijhebben genesteld
julliehebben genesteld
zijhebben genesteld

Voltooid verleden tijd

ikhad genesteld
jijhad genesteld
hij/zij/hethad genesteld
wijhadden genesteld
julliehadden genesteld
zijhadden genesteld

Toekomende tijd

ikzal nestelen
jijzult nestelen
hij/zij/hetzal nestelen
wijzullen nestelen
julliezullen nestelen
zijzullen nestelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou nestelen
jijzou nestelen
hij/zij/hetzou nestelen
wijzouden nestelen
julliezouden nestelen
zijzouden nestelen

Oefen nestelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

nestelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De kat zich elke avond op de bank.

  2. Verleden tijd

    De vogels in de oude boom naast ons huis.

  3. Voltooide tijd

    Ik me lekker onder een warme deken .

  4. Bijzin

    Het kind viel snel in slaap omdat het zich veilig in de armen van zijn vader .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is nestel. In nestelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (nestelde, nestelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (genesteld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij nestelt, maar nestel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van nestelen?

nestelde (ik, jij, hij/zij/het) en nestelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van nestelen?

genesteld, met hebben: ik heb genesteld.

Gebruik je nestelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb genesteld, hij heeft genesteld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.