Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Nestelen
nestelen = to nestle, settle
- Hele werkwoord
- nestelen
- Verleden tijd
- nestelde · nestelden
- Voltooide tijd
- heeft genesteld
Kort antwoord
Nestelen is in het Engels to nestle, settle. Verleden tijd: nestelde (enkelvoud) en nestelden (meervoud). Voltooid deelwoord: genesteld, met hebben: ik heb genesteld.
Oefen nestelenTegenwoordige tijd
| ik | nestel |
| jij | nestelt |
| hij/zij/het | nestelt |
| wij | nestelen |
| jullie | nestelen |
| zij | nestelen |
Verleden tijd
| ik | nestelde |
| jij | nestelde |
| hij/zij/het | nestelde |
| wij | nestelden |
| jullie | nestelden |
| zij | nestelden |
Voltooide tijd
| ik | heb genesteld |
| jij | hebt genesteld |
| hij/zij/het | heeft genesteld |
| wij | hebben genesteld |
| jullie | hebben genesteld |
| zij | hebben genesteld |
Voltooid verleden tijd
| ik | had genesteld |
| jij | had genesteld |
| hij/zij/het | had genesteld |
| wij | hadden genesteld |
| jullie | hadden genesteld |
| zij | hadden genesteld |
Toekomende tijd
| ik | zal nestelen |
| jij | zult nestelen |
| hij/zij/het | zal nestelen |
| wij | zullen nestelen |
| jullie | zullen nestelen |
| zij | zullen nestelen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou nestelen |
| jij | zou nestelen |
| hij/zij/het | zou nestelen |
| wij | zouden nestelen |
| jullie | zouden nestelen |
| zij | zouden nestelen |
Oefen nestelen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
nestelen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is nestel. In nestelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (nestelde, nestelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (genesteld).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij nestelt, maar nestel jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van nestelen?
nestelde (ik, jij, hij/zij/het) en nestelden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van nestelen?
genesteld, met hebben: ik heb genesteld.
Gebruik je nestelen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb genesteld, hij heeft genesteld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.