Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Onregelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Opblazen

opblazen = to blow up

Hele werkwoord
opblazen
Verleden tijd
blies op · bliezen op
Voltooide tijd
heeft opgeblazen

Kort antwoord

Opblazen is in het Engels to blow up. Verleden tijd: blies op (enkelvoud) en bliezen op (meervoud). Voltooid deelwoord: opgeblazen, met hebben: ik heb opgeblazen.

Oefen opblazen

Tegenwoordige tijd

ikblaas op
jijblaast op
hij/zij/hetblaast op
wijblazen op
jullieblazen op
zijblazen op

Verleden tijd

ikblies op
jijblies op
hij/zij/hetblies op
wijbliezen op
julliebliezen op
zijbliezen op

Voltooide tijd

ikheb opgeblazen
jijhebt opgeblazen
hij/zij/hetheeft opgeblazen
wijhebben opgeblazen
julliehebben opgeblazen
zijhebben opgeblazen

Voltooid verleden tijd

ikhad opgeblazen
jijhad opgeblazen
hij/zij/hethad opgeblazen
wijhadden opgeblazen
julliehadden opgeblazen
zijhadden opgeblazen

Toekomende tijd

ikzal opblazen
jijzult opblazen
hij/zij/hetzal opblazen
wijzullen opblazen
julliezullen opblazen
zijzullen opblazen

Voorwaardelijke wijs

ikzou opblazen
jijzou opblazen
hij/zij/hetzou opblazen
wijzouden opblazen
julliezouden opblazen
zijzouden opblazen

Opblazen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik blaas op). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik opblaas). Voltooid deelwoord: opgeblazen.

Hoofdzinik blaas op
Vraagblaas jij op?
Bijzin… dat ik opblaas
Met een modaal werkwoordik wil opblazen
Voltooide tijdik heb opgeblazen
Met om ... teom op te blazen
Gebiedende wijsblaas op!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen opblazen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

opblazen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik de ballonnen voor het feestje .

  2. Verleden tijd

    De sloopploeg het oude gebouw .

  3. Voltooide tijd

    Jullie al die ballonnen zelf .

  4. Tegenwoordige tijd

    Mijn zus een luchtbed voordat we gaan zwemmen.

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: opblazen, blies op, opgeblazen.
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat op naar het eind: ik blaas op. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik opblaas, ... dat ik opblies.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: opgeblazen.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van opblazen?

blies op (ik, jij, hij/zij/het) en bliezen op (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van opblazen?

opgeblazen, met hebben: ik heb opgeblazen.

Gebruik je opblazen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb opgeblazen, hij heeft opgeblazen.

Is opblazen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik blaas op), in een bijzin blijft het vast (dat ik opblaas). Voltooid deelwoord: opgeblazen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.