Niveau B2 · Regelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Opleggen
opleggen = to impose
- Hele werkwoord
- opleggen
- Verleden tijd
- legde op · legden op
- Voltooide tijd
- heeft opgelegd
Kort antwoord
Opleggen is in het Engels to impose. Verleden tijd: legde op (enkelvoud) en legden op (meervoud). Voltooid deelwoord: opgelegd, met hebben: ik heb opgelegd.
Oefen opleggenTegenwoordige tijd
| ik | leg op |
| jij | legt op |
| hij/zij/het | legt op |
| wij | leggen op |
| jullie | leggen op |
| zij | leggen op |
Verleden tijd
| ik | legde op |
| jij | legde op |
| hij/zij/het | legde op |
| wij | legden op |
| jullie | legden op |
| zij | legden op |
Voltooide tijd
| ik | heb opgelegd |
| jij | hebt opgelegd |
| hij/zij/het | heeft opgelegd |
| wij | hebben opgelegd |
| jullie | hebben opgelegd |
| zij | hebben opgelegd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had opgelegd |
| jij | had opgelegd |
| hij/zij/het | had opgelegd |
| wij | hadden opgelegd |
| jullie | hadden opgelegd |
| zij | hadden opgelegd |
Toekomende tijd
| ik | zal opleggen |
| jij | zult opleggen |
| hij/zij/het | zal opleggen |
| wij | zullen opleggen |
| jullie | zullen opleggen |
| zij | zullen opleggen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou opleggen |
| jij | zou opleggen |
| hij/zij/het | zou opleggen |
| wij | zouden opleggen |
| jullie | zouden opleggen |
| zij | zouden opleggen |
Opleggen is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik leg op). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik opleg). Voltooid deelwoord: opgelegd.
| Hoofdzin | ik leg op |
| Vraag | leg jij op? |
| Bijzin | … dat ik opleg |
| Met een modaal werkwoord | ik wil opleggen |
| Voltooide tijd | ik heb opgelegd |
| Met om ... te | om op te leggen |
| Gebiedende wijs | leg op! |
Oefen opleggen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
opleggen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is leg. In leggen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (legde, legden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (opgelegd).
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat op naar het eind: ik leg op. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik opleg, ... dat ik oplegde.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: opgelegd.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van opleggen?
legde op (ik, jij, hij/zij/het) en legden op (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van opleggen?
opgelegd, met hebben: ik heb opgelegd.
Gebruik je opleggen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb opgelegd, hij heeft opgelegd.
Is opleggen een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik leg op), in een bijzin blijft het vast (dat ik opleg). Voltooid deelwoord: opgelegd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.