Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Opleggen

opleggen = to impose

Hele werkwoord
opleggen
Verleden tijd
legde op · legden op
Voltooide tijd
heeft opgelegd

Kort antwoord

Opleggen is in het Engels to impose. Verleden tijd: legde op (enkelvoud) en legden op (meervoud). Voltooid deelwoord: opgelegd, met hebben: ik heb opgelegd.

Oefen opleggen

Tegenwoordige tijd

ikleg op
jijlegt op
hij/zij/hetlegt op
wijleggen op
jullieleggen op
zijleggen op

Verleden tijd

iklegde op
jijlegde op
hij/zij/hetlegde op
wijlegden op
jullielegden op
zijlegden op

Voltooide tijd

ikheb opgelegd
jijhebt opgelegd
hij/zij/hetheeft opgelegd
wijhebben opgelegd
julliehebben opgelegd
zijhebben opgelegd

Voltooid verleden tijd

ikhad opgelegd
jijhad opgelegd
hij/zij/hethad opgelegd
wijhadden opgelegd
julliehadden opgelegd
zijhadden opgelegd

Toekomende tijd

ikzal opleggen
jijzult opleggen
hij/zij/hetzal opleggen
wijzullen opleggen
julliezullen opleggen
zijzullen opleggen

Voorwaardelijke wijs

ikzou opleggen
jijzou opleggen
hij/zij/hetzou opleggen
wijzouden opleggen
julliezouden opleggen
zijzouden opleggen

Opleggen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik leg op). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik opleg). Voltooid deelwoord: opgelegd.

Hoofdzinik leg op
Vraagleg jij op?
Bijzin… dat ik opleg
Met een modaal werkwoordik wil opleggen
Voltooide tijdik heb opgelegd
Met om ... teom op te leggen
Gebiedende wijsleg op!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen opleggen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

opleggen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De rechter de man een hoge boete .

  2. Verleden tijd

    De regering vorig jaar strenge regels .

  3. Voltooide tijd

    De school de leerlingen een nieuwe regel .

  4. Verleden tijd

    Omdat zij te laat kwamen, de trainer hun een straf .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is leg. In leggen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (legde, legden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (opgelegd).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat op naar het eind: ik leg op. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik opleg, ... dat ik oplegde.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: opgelegd.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van opleggen?

legde op (ik, jij, hij/zij/het) en legden op (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van opleggen?

opgelegd, met hebben: ik heb opgelegd.

Gebruik je opleggen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb opgelegd, hij heeft opgelegd.

Is opleggen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik leg op), in een bijzin blijft het vast (dat ik opleg). Voltooid deelwoord: opgelegd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.