Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Onregelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Oplopen

oplopen = to rise, to sustain (an injury)

Hele werkwoord
oplopen
Verleden tijd
liep op · liepen op
Voltooide tijd
heeft / is opgelopen

Kort antwoord

Oplopen is in het Engels to rise, to sustain (an injury). Verleden tijd: liep op (enkelvoud) en liepen op (meervoud). Voltooid deelwoord: opgelopen, met hebben / zijn: ik heb / ben opgelopen.

Oefen oplopen

Tegenwoordige tijd

ikloop op
jijloopt op
hij/zij/hetloopt op
wijlopen op
jullielopen op
zijlopen op

Verleden tijd

ikliep op
jijliep op
hij/zij/hetliep op
wijliepen op
jullieliepen op
zijliepen op

Voltooide tijd

ikheb / ben opgelopen
jijhebt / bent opgelopen
hij/zij/hetheeft / is opgelopen
wijhebben / zijn opgelopen
julliehebben / zijn opgelopen
zijhebben / zijn opgelopen

Voltooid verleden tijd

ikhad / was opgelopen
jijhad / was opgelopen
hij/zij/hethad / was opgelopen
wijhadden / waren opgelopen
julliehadden / waren opgelopen
zijhadden / waren opgelopen

Toekomende tijd

ikzal oplopen
jijzult oplopen
hij/zij/hetzal oplopen
wijzullen oplopen
julliezullen oplopen
zijzullen oplopen

Voorwaardelijke wijs

ikzou oplopen
jijzou oplopen
hij/zij/hetzou oplopen
wijzouden oplopen
julliezouden oplopen
zijzouden oplopen

Oplopen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik loop op). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik oploop). Voltooid deelwoord: opgelopen.

Hoofdzinik loop op
Vraagloop jij op?
Bijzin… dat ik oploop
Met een modaal werkwoordik wil oplopen
Voltooide tijdik heb / ben opgelopen
Met om ... teom op te lopen
Gebiedende wijsloop op!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen oplopen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

oplopen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Verleden tijd

    Hij bij de val een flinke breuk .

  2. Voltooide tijd

    De voetballer in de wedstrijd een zware blessure .

  3. Voltooide tijd

    De kosten van het project de laatste maanden flink .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: oplopen, liep op, opgelopen.
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat op naar het eind: ik loop op. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik oploop, ... dat ik opliep.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: opgelopen.
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Hij heeft een blessure opgelopen. De spanning is flink opgelopen.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van oplopen?

liep op (ik, jij, hij/zij/het) en liepen op (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van oplopen?

opgelopen, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Hij heeft een blessure opgelopen. De spanning is flink opgelopen.

Gebruik je oplopen met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: Hij heeft een blessure opgelopen. De spanning is flink opgelopen.

Is oplopen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik loop op), in een bijzin blijft het vast (dat ik oploop). Voltooid deelwoord: opgelopen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.