Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Oplossen

oplossen = to dissolve, to solve

Hele werkwoord
oplossen
Verleden tijd
loste op · losten op
Voltooide tijd
heeft / is opgelost

Kort antwoord

Oplossen is in het Engels to dissolve, to solve. Verleden tijd: loste op (enkelvoud) en losten op (meervoud). Voltooid deelwoord: opgelost, met hebben / zijn: ik heb / ben opgelost.

Oefen oplossen

Tegenwoordige tijd

iklos op
jijlost op
hij/zij/hetlost op
wijlossen op
jullielossen op
zijlossen op

Verleden tijd

ikloste op
jijloste op
hij/zij/hetloste op
wijlosten op
jullielosten op
zijlosten op

Voltooide tijd

ikheb / ben opgelost
jijhebt / bent opgelost
hij/zij/hetheeft / is opgelost
wijhebben / zijn opgelost
julliehebben / zijn opgelost
zijhebben / zijn opgelost

Voltooid verleden tijd

ikhad / was opgelost
jijhad / was opgelost
hij/zij/hethad / was opgelost
wijhadden / waren opgelost
julliehadden / waren opgelost
zijhadden / waren opgelost

Toekomende tijd

ikzal oplossen
jijzult oplossen
hij/zij/hetzal oplossen
wijzullen oplossen
julliezullen oplossen
zijzullen oplossen

Voorwaardelijke wijs

ikzou oplossen
jijzou oplossen
hij/zij/hetzou oplossen
wijzouden oplossen
julliezouden oplossen
zijzouden oplossen

Oplossen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik los op). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik oplos). Voltooid deelwoord: opgelost.

Hoofdzinik los op
Vraaglos jij op?
Bijzin… dat ik oplos
Met een modaal werkwoordik wil oplossen
Voltooide tijdik heb / ben opgelost
Met om ... teom op te lossen
Gebiedende wijslos op!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen oplossen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

oplossen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Wij het probleem altijd samen .

  2. Verleden tijd

    De suiker snel in de hete thee .

  3. Voltooide tijd

    Jij de moeilijke opdracht zonder hulp .

  4. Bijzin

    Het zout verdwijnt als je het in water .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is los. In lossen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (loste, losten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (opgelost).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat op naar het eind: ik los op. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik oplos, ... dat ik oploste.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: opgelost.
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. We hebben het probleem opgelost. De suiker is in de thee opgelost.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van oplossen?

loste op (ik, jij, hij/zij/het) en losten op (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van oplossen?

opgelost, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: We hebben het probleem opgelost. De suiker is in de thee opgelost.

Gebruik je oplossen met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: We hebben het probleem opgelost. De suiker is in de thee opgelost.

Is oplossen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik los op), in een bijzin blijft het vast (dat ik oplos). Voltooid deelwoord: opgelost.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.