Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Oplossen
oplossen = to dissolve, to solve
- Hele werkwoord
- oplossen
- Verleden tijd
- loste op · losten op
- Voltooide tijd
- heeft / is opgelost
Kort antwoord
Oplossen is in het Engels to dissolve, to solve. Verleden tijd: loste op (enkelvoud) en losten op (meervoud). Voltooid deelwoord: opgelost, met hebben / zijn: ik heb / ben opgelost.
Oefen oplossenTegenwoordige tijd
| ik | los op |
| jij | lost op |
| hij/zij/het | lost op |
| wij | lossen op |
| jullie | lossen op |
| zij | lossen op |
Verleden tijd
| ik | loste op |
| jij | loste op |
| hij/zij/het | loste op |
| wij | losten op |
| jullie | losten op |
| zij | losten op |
Voltooide tijd
| ik | heb / ben opgelost |
| jij | hebt / bent opgelost |
| hij/zij/het | heeft / is opgelost |
| wij | hebben / zijn opgelost |
| jullie | hebben / zijn opgelost |
| zij | hebben / zijn opgelost |
Voltooid verleden tijd
| ik | had / was opgelost |
| jij | had / was opgelost |
| hij/zij/het | had / was opgelost |
| wij | hadden / waren opgelost |
| jullie | hadden / waren opgelost |
| zij | hadden / waren opgelost |
Toekomende tijd
| ik | zal oplossen |
| jij | zult oplossen |
| hij/zij/het | zal oplossen |
| wij | zullen oplossen |
| jullie | zullen oplossen |
| zij | zullen oplossen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou oplossen |
| jij | zou oplossen |
| hij/zij/het | zou oplossen |
| wij | zouden oplossen |
| jullie | zouden oplossen |
| zij | zouden oplossen |
Oplossen is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik los op). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik oplos). Voltooid deelwoord: opgelost.
| Hoofdzin | ik los op |
| Vraag | los jij op? |
| Bijzin | … dat ik oplos |
| Met een modaal werkwoord | ik wil oplossen |
| Voltooide tijd | ik heb / ben opgelost |
| Met om ... te | om op te lossen |
| Gebiedende wijs | los op! |
Oefen oplossen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
oplossen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is los. In lossen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (loste, losten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (opgelost).
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat op naar het eind: ik los op. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik oplos, ... dat ik oploste.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: opgelost.
- Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. We hebben het probleem opgelost. De suiker is in de thee opgelost.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van oplossen?
loste op (ik, jij, hij/zij/het) en losten op (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van oplossen?
opgelost, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: We hebben het probleem opgelost. De suiker is in de thee opgelost.
Gebruik je oplossen met hebben of zijn?
Allebei, afhankelijk van de betekenis: We hebben het probleem opgelost. De suiker is in de thee opgelost.
Is oplossen een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik los op), in een bijzin blijft het vast (dat ik oplos). Voltooid deelwoord: opgelost.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.