Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Irregular, separable

Opnemen conjugation

opnemen = to record, to pick up

Infinitive
opnemen
Past
nam op · namen op
Perfect
heeft opgenomen

Quick answer

Opnemen means to record, to pick up. Past tense: nam op (singular) and namen op (plural). Past participle: opgenomen, with hebben: ik heb opgenomen.

Practise opnemen

Present (tegenwoordige tijd)

ikneem op
jijneemt op
hij/zij/hetneemt op
wijnemen op
jullienemen op
zijnemen op

Past (verleden tijd)

iknam op
jijnam op
hij/zij/hetnam op
wijnamen op
jullienamen op
zijnamen op

Perfect (voltooide tijd)

ikheb opgenomen
jijhebt opgenomen
hij/zij/hetheeft opgenomen
wijhebben opgenomen
julliehebben opgenomen
zijhebben opgenomen

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad opgenomen
jijhad opgenomen
hij/zij/hethad opgenomen
wijhadden opgenomen
julliehadden opgenomen
zijhadden opgenomen

Future (toekomende tijd)

ikzal opnemen
jijzult opnemen
hij/zij/hetzal opnemen
wijzullen opnemen
julliezullen opnemen
zijzullen opnemen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou opnemen
jijzou opnemen
hij/zij/hetzou opnemen
wijzouden opnemen
julliezouden opnemen
zijzouden opnemen

Practise opnemen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: opnemen, nam op, opgenomen.
  • Separable verb. In a main clause the prefix op goes to the end: ik neem op. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik opneem, ... dat ik opnam.
  • In the participle, ge goes between the two parts: opgenomen.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of opnemen?

nam op (ik, jij, hij/zij/het) and namen op (wij, jullie, zij).

What is the past participle of opnemen?

opgenomen, with hebben: ik heb opgenomen.

Is opnemen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb opgenomen, hij heeft opgenomen.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.