Niveau B1 · Onregelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Opschieten
opschieten = to hurry, to progress
- Hele werkwoord
- opschieten
- Verleden tijd
- schoot op · schoten op
- Voltooide tijd
- is opgeschoten
Kort antwoord
Opschieten is in het Engels to hurry, to progress. Verleden tijd: schoot op (enkelvoud) en schoten op (meervoud). Voltooid deelwoord: opgeschoten, met zijn: ik ben opgeschoten.
Oefen opschietenTegenwoordige tijd
| ik | schiet op |
| jij | schiet op |
| hij/zij/het | schiet op |
| wij | schieten op |
| jullie | schieten op |
| zij | schieten op |
Verleden tijd
| ik | schoot op |
| jij | schoot op |
| hij/zij/het | schoot op |
| wij | schoten op |
| jullie | schoten op |
| zij | schoten op |
Voltooide tijd
| ik | ben opgeschoten |
| jij | bent opgeschoten |
| hij/zij/het | is opgeschoten |
| wij | zijn opgeschoten |
| jullie | zijn opgeschoten |
| zij | zijn opgeschoten |
Voltooid verleden tijd
| ik | was opgeschoten |
| jij | was opgeschoten |
| hij/zij/het | was opgeschoten |
| wij | waren opgeschoten |
| jullie | waren opgeschoten |
| zij | waren opgeschoten |
Toekomende tijd
| ik | zal opschieten |
| jij | zult opschieten |
| hij/zij/het | zal opschieten |
| wij | zullen opschieten |
| jullie | zullen opschieten |
| zij | zullen opschieten |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou opschieten |
| jij | zou opschieten |
| hij/zij/het | zou opschieten |
| wij | zouden opschieten |
| jullie | zouden opschieten |
| zij | zouden opschieten |
Opschieten is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik schiet op). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik opschiet). Voltooid deelwoord: opgeschoten.
| Hoofdzin | ik schiet op |
| Vraag | schiet jij op? |
| Bijzin | … dat ik opschiet |
| Met een modaal werkwoord | ik wil opschieten |
| Voltooide tijd | ik ben opgeschoten |
| Met om ... te | om op te schieten |
| Gebiedende wijs | schiet op! |
Oefen opschieten
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
opschieten in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: opschieten, schoot op, opgeschoten.
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat op naar het eind: ik schiet op. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik opschiet, ... dat ik opschoot.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: opgeschoten.
- Voltooide tijd met zijn: ik ben opgeschoten, niet ik heb opgeschoten.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van opschieten?
schoot op (ik, jij, hij/zij/het) en schoten op (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van opschieten?
opgeschoten, met zijn: ik ben opgeschoten.
Gebruik je opschieten met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben opgeschoten, hij is opgeschoten.
Is opschieten een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik schiet op), in een bijzin blijft het vast (dat ik opschiet). Voltooid deelwoord: opgeschoten.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.