Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Onregelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Opschieten

opschieten = to hurry, to progress

Hele werkwoord
opschieten
Verleden tijd
schoot op · schoten op
Voltooide tijd
is opgeschoten

Kort antwoord

Opschieten is in het Engels to hurry, to progress. Verleden tijd: schoot op (enkelvoud) en schoten op (meervoud). Voltooid deelwoord: opgeschoten, met zijn: ik ben opgeschoten.

Oefen opschieten

Tegenwoordige tijd

ikschiet op
jijschiet op
hij/zij/hetschiet op
wijschieten op
jullieschieten op
zijschieten op

Verleden tijd

ikschoot op
jijschoot op
hij/zij/hetschoot op
wijschoten op
jullieschoten op
zijschoten op

Voltooide tijd

ikben opgeschoten
jijbent opgeschoten
hij/zij/hetis opgeschoten
wijzijn opgeschoten
julliezijn opgeschoten
zijzijn opgeschoten

Voltooid verleden tijd

ikwas opgeschoten
jijwas opgeschoten
hij/zij/hetwas opgeschoten
wijwaren opgeschoten
julliewaren opgeschoten
zijwaren opgeschoten

Toekomende tijd

ikzal opschieten
jijzult opschieten
hij/zij/hetzal opschieten
wijzullen opschieten
julliezullen opschieten
zijzullen opschieten

Voorwaardelijke wijs

ikzou opschieten
jijzou opschieten
hij/zij/hetzou opschieten
wijzouden opschieten
julliezouden opschieten
zijzouden opschieten

Opschieten is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik schiet op). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik opschiet). Voltooid deelwoord: opgeschoten.

Hoofdzinik schiet op
Vraagschiet jij op?
Bijzin… dat ik opschiet
Met een modaal werkwoordik wil opschieten
Voltooide tijdik ben opgeschoten
Met om ... teom op te schieten
Gebiedende wijsschiet op!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen opschieten

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

opschieten in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Als jullie niet , missen we de bus.

  2. Verleden tijd

    Wij gisteren snel , want de trein vertrok bijna.

  3. Voltooide tijd

    Het project goed deze week.

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: opschieten, schoot op, opgeschoten.
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat op naar het eind: ik schiet op. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik opschiet, ... dat ik opschoot.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: opgeschoten.
  • Voltooide tijd met zijn: ik ben opgeschoten, niet ik heb opgeschoten.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van opschieten?

schoot op (ik, jij, hij/zij/het) en schoten op (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van opschieten?

opgeschoten, met zijn: ik ben opgeschoten.

Gebruik je opschieten met hebben of zijn?

Met zijn: ik ben opgeschoten, hij is opgeschoten.

Is opschieten een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik schiet op), in een bijzin blijft het vast (dat ik opschiet). Voltooid deelwoord: opgeschoten.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.