Niveau B2 · Onregelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Opvliegen
opvliegen = to take off
- Hele werkwoord
- opvliegen
- Verleden tijd
- vloog op · vlogen op
- Voltooide tijd
- is opgevlogen
Kort antwoord
Opvliegen is in het Engels to take off. Verleden tijd: vloog op (enkelvoud) en vlogen op (meervoud). Voltooid deelwoord: opgevlogen, met zijn: ik ben opgevlogen.
Oefen opvliegenTegenwoordige tijd
| ik | vlieg op |
| jij | vliegt op |
| hij/zij/het | vliegt op |
| wij | vliegen op |
| jullie | vliegen op |
| zij | vliegen op |
Verleden tijd
| ik | vloog op |
| jij | vloog op |
| hij/zij/het | vloog op |
| wij | vlogen op |
| jullie | vlogen op |
| zij | vlogen op |
Voltooide tijd
| ik | ben opgevlogen |
| jij | bent opgevlogen |
| hij/zij/het | is opgevlogen |
| wij | zijn opgevlogen |
| jullie | zijn opgevlogen |
| zij | zijn opgevlogen |
Voltooid verleden tijd
| ik | was opgevlogen |
| jij | was opgevlogen |
| hij/zij/het | was opgevlogen |
| wij | waren opgevlogen |
| jullie | waren opgevlogen |
| zij | waren opgevlogen |
Toekomende tijd
| ik | zal opvliegen |
| jij | zult opvliegen |
| hij/zij/het | zal opvliegen |
| wij | zullen opvliegen |
| jullie | zullen opvliegen |
| zij | zullen opvliegen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou opvliegen |
| jij | zou opvliegen |
| hij/zij/het | zou opvliegen |
| wij | zouden opvliegen |
| jullie | zouden opvliegen |
| zij | zouden opvliegen |
Opvliegen is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik vlieg op). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik opvlieg). Voltooid deelwoord: opgevlogen.
| Hoofdzin | ik vlieg op |
| Vraag | vlieg jij op? |
| Bijzin | … dat ik opvlieg |
| Met een modaal werkwoord | ik wil opvliegen |
| Voltooide tijd | ik ben opgevlogen |
| Met om ... te | om op te vliegen |
| Gebiedende wijs | vlieg op! |
Oefen opvliegen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
opvliegen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: opvliegen, vloog op, opgevlogen.
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat op naar het eind: ik vlieg op. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik opvlieg, ... dat ik opvloog.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: opgevlogen.
- Voltooide tijd met zijn: ik ben opgevlogen, niet ik heb opgevlogen.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van opvliegen?
vloog op (ik, jij, hij/zij/het) en vlogen op (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van opvliegen?
opgevlogen, met zijn: ik ben opgevlogen.
Gebruik je opvliegen met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben opgevlogen, hij is opgevlogen.
Is opvliegen een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik vlieg op), in een bijzin blijft het vast (dat ik opvlieg). Voltooid deelwoord: opgevlogen.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.