Level B2 · Regular, separable
Uitkeren conjugation
uitkeren = to pay out
- Infinitive
- uitkeren
- Past
- keerde uit · keerden uit
- Perfect
- heeft uitgekeerd
Quick answer
Uitkeren means to pay out. Past tense: keerde uit (singular) and keerden uit (plural). Past participle: uitgekeerd, with hebben: ik heb uitgekeerd.
Practise uitkerenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | keer uit |
| jij | keert uit |
| hij/zij/het | keert uit |
| wij | keren uit |
| jullie | keren uit |
| zij | keren uit |
Past (verleden tijd)
| ik | keerde uit |
| jij | keerde uit |
| hij/zij/het | keerde uit |
| wij | keerden uit |
| jullie | keerden uit |
| zij | keerden uit |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb uitgekeerd |
| jij | hebt uitgekeerd |
| hij/zij/het | heeft uitgekeerd |
| wij | hebben uitgekeerd |
| jullie | hebben uitgekeerd |
| zij | hebben uitgekeerd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had uitgekeerd |
| jij | had uitgekeerd |
| hij/zij/het | had uitgekeerd |
| wij | hadden uitgekeerd |
| jullie | hadden uitgekeerd |
| zij | hadden uitgekeerd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal uitkeren |
| jij | zult uitkeren |
| hij/zij/het | zal uitkeren |
| wij | zullen uitkeren |
| jullie | zullen uitkeren |
| zij | zullen uitkeren |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou uitkeren |
| jij | zou uitkeren |
| hij/zij/het | zou uitkeren |
| wij | zouden uitkeren |
| jullie | zouden uitkeren |
| zij | zouden uitkeren |
Uitkeren is a separable verb
In a main clause uit goes to the end (ik keer uit). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik uitkeer). Participle: uitgekeerd.
| Main clause | ik keer uit |
| Question | keer jij uit? |
| Subordinate clause | … dat ik uitkeer |
| With a modal verb | ik wil uitkeren |
| Perfect tense | ik heb uitgekeerd |
| With om ... te | om uit te keren |
| Imperative | keer uit! |
Practise uitkeren
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is keer. The infinitive keren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (keerde, keerden) and the participle ends in -d (uitgekeerd).
- Separable verb. In a main clause the prefix uit goes to the end: ik keer uit. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik uitkeer, ... dat ik uitkeerde.
- In the participle, ge goes between the two parts: uitgekeerd.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of uitkeren?
keerde uit (ik, jij, hij/zij/het) and keerden uit (wij, jullie, zij).
What is the past participle of uitkeren?
uitgekeerd, with hebben: ik heb uitgekeerd.
Is uitkeren used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb uitgekeerd, hij heeft uitgekeerd.
Is uitkeren a separable verb?
Yes. In a main clause uit goes to the end (ik keer uit), in a subordinate clause it stays attached (dat ik uitkeer). Participle: uitgekeerd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.