Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular, separable

Uitkeren conjugation

uitkeren = to pay out

Infinitive
uitkeren
Past
keerde uit · keerden uit
Perfect
heeft uitgekeerd

Quick answer

Uitkeren means to pay out. Past tense: keerde uit (singular) and keerden uit (plural). Past participle: uitgekeerd, with hebben: ik heb uitgekeerd.

Practise uitkeren

Present (tegenwoordige tijd)

ikkeer uit
jijkeert uit
hij/zij/hetkeert uit
wijkeren uit
julliekeren uit
zijkeren uit

Past (verleden tijd)

ikkeerde uit
jijkeerde uit
hij/zij/hetkeerde uit
wijkeerden uit
julliekeerden uit
zijkeerden uit

Perfect (voltooide tijd)

ikheb uitgekeerd
jijhebt uitgekeerd
hij/zij/hetheeft uitgekeerd
wijhebben uitgekeerd
julliehebben uitgekeerd
zijhebben uitgekeerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad uitgekeerd
jijhad uitgekeerd
hij/zij/hethad uitgekeerd
wijhadden uitgekeerd
julliehadden uitgekeerd
zijhadden uitgekeerd

Future (toekomende tijd)

ikzal uitkeren
jijzult uitkeren
hij/zij/hetzal uitkeren
wijzullen uitkeren
julliezullen uitkeren
zijzullen uitkeren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou uitkeren
jijzou uitkeren
hij/zij/hetzou uitkeren
wijzouden uitkeren
julliezouden uitkeren
zijzouden uitkeren

Uitkeren is a separable verb

In a main clause uit goes to the end (ik keer uit). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik uitkeer). Participle: uitgekeerd.

Main clauseik keer uit
Questionkeer jij uit?
Subordinate clause… dat ik uitkeer
With a modal verbik wil uitkeren
Perfect tenseik heb uitgekeerd
With om ... teom uit te keren
Imperativekeer uit!

Separable verbs: rules and checker

Practise uitkeren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is keer. The infinitive keren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (keerde, keerden) and the participle ends in -d (uitgekeerd).
  • Separable verb. In a main clause the prefix uit goes to the end: ik keer uit. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik uitkeer, ... dat ik uitkeerde.
  • In the participle, ge goes between the two parts: uitgekeerd.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of uitkeren?

keerde uit (ik, jij, hij/zij/het) and keerden uit (wij, jullie, zij).

What is the past participle of uitkeren?

uitgekeerd, with hebben: ik heb uitgekeerd.

Is uitkeren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb uitgekeerd, hij heeft uitgekeerd.

Is uitkeren a separable verb?

Yes. In a main clause uit goes to the end (ik keer uit), in a subordinate clause it stays attached (dat ik uitkeer). Participle: uitgekeerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.