Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau C1 · Regelmatig

Vervoeging van Paren

paren = to mate

Hele werkwoord
paren
Verleden tijd
paarde · paarden
Voltooide tijd
heeft gepaard

Kort antwoord

Paren is in het Engels to mate. Verleden tijd: paarde (enkelvoud) en paarden (meervoud). Voltooid deelwoord: gepaard, met hebben: ik heb gepaard.

Oefen paren

Tegenwoordige tijd

ikpaar
jijpaart
hij/zij/hetpaart
wijparen
jullieparen
zijparen

Verleden tijd

ikpaarde
jijpaarde
hij/zij/hetpaarde
wijpaarden
julliepaarden
zijpaarden

Voltooide tijd

ikheb gepaard
jijhebt gepaard
hij/zij/hetheeft gepaard
wijhebben gepaard
julliehebben gepaard
zijhebben gepaard

Voltooid verleden tijd

ikhad gepaard
jijhad gepaard
hij/zij/hethad gepaard
wijhadden gepaard
julliehadden gepaard
zijhadden gepaard

Toekomende tijd

ikzal paren
jijzult paren
hij/zij/hetzal paren
wijzullen paren
julliezullen paren
zijzullen paren

Voorwaardelijke wijs

ikzou paren
jijzou paren
hij/zij/hetzou paren
wijzouden paren
julliezouden paren
zijzouden paren

Oefen paren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

paren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    In het voorjaar veel vogels in dit park.

  2. Verleden tijd

    De twee pinguïns elk jaar op dezelfde plek.

  3. Voltooide tijd

    De panda's in de dierentuin eindelijk .

  4. Tegenwoordige tijd

    Het vrouwtje meestal maar met één mannetje.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is paar. In paren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (paarde, paarden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gepaard).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij paart, maar paar jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van paren?

paarde (ik, jij, hij/zij/het) en paarden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van paren?

gepaard, met hebben: ik heb gepaard.

Gebruik je paren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gepaard, hij heeft gepaard.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.