Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level C1 · Regular

Paren conjugation

paren = to mate

Infinitive
paren
Past
paarde · paarden
Perfect
heeft gepaard

Quick answer

Paren means to mate. Past tense: paarde (singular) and paarden (plural). Past participle: gepaard, with hebben: ik heb gepaard.

Practise paren

Present (tegenwoordige tijd)

ikpaar
jijpaart
hij/zij/hetpaart
wijparen
jullieparen
zijparen

Past (verleden tijd)

ikpaarde
jijpaarde
hij/zij/hetpaarde
wijpaarden
julliepaarden
zijpaarden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gepaard
jijhebt gepaard
hij/zij/hetheeft gepaard
wijhebben gepaard
julliehebben gepaard
zijhebben gepaard

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gepaard
jijhad gepaard
hij/zij/hethad gepaard
wijhadden gepaard
julliehadden gepaard
zijhadden gepaard

Future (toekomende tijd)

ikzal paren
jijzult paren
hij/zij/hetzal paren
wijzullen paren
julliezullen paren
zijzullen paren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou paren
jijzou paren
hij/zij/hetzou paren
wijzouden paren
julliezouden paren
zijzouden paren

Practise paren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is paar. The infinitive paren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (paarde, paarden) and the participle ends in -d (gepaard).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij paart, but paar jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of paren?

paarde (ik, jij, hij/zij/het) and paarden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of paren?

gepaard, with hebben: ik heb gepaard.

Is paren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gepaard, hij heeft gepaard.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.