Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Passen
passen = to fit, try on
- Hele werkwoord
- passen
- Verleden tijd
- paste · pasten
- Voltooide tijd
- heeft gepast
Kort antwoord
Passen is in het Engels to fit, try on. Verleden tijd: paste (enkelvoud) en pasten (meervoud). Voltooid deelwoord: gepast, met hebben: ik heb gepast.
Oefen passenTegenwoordige tijd
| ik | pas |
| jij | past |
| hij/zij/het | past |
| wij | passen |
| jullie | passen |
| zij | passen |
Verleden tijd
| ik | paste |
| jij | paste |
| hij/zij/het | paste |
| wij | pasten |
| jullie | pasten |
| zij | pasten |
Voltooide tijd
| ik | heb gepast |
| jij | hebt gepast |
| hij/zij/het | heeft gepast |
| wij | hebben gepast |
| jullie | hebben gepast |
| zij | hebben gepast |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gepast |
| jij | had gepast |
| hij/zij/het | had gepast |
| wij | hadden gepast |
| jullie | hadden gepast |
| zij | hadden gepast |
Toekomende tijd
| ik | zal passen |
| jij | zult passen |
| hij/zij/het | zal passen |
| wij | zullen passen |
| jullie | zullen passen |
| zij | zullen passen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou passen |
| jij | zou passen |
| hij/zij/het | zou passen |
| wij | zouden passen |
| jullie | zouden passen |
| zij | zouden passen |
Oefen passen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
passen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is pas. In passen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (paste, pasten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gepast).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij past, maar pas jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van passen?
paste (ik, jij, hij/zij/het) en pasten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van passen?
gepast, met hebben: ik heb gepast.
Gebruik je passen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gepast, hij heeft gepast.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.