Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Plakken

plakken = to stick, to glue

Hele werkwoord
plakken
Verleden tijd
plakte · plakten
Voltooide tijd
heeft geplakt

Kort antwoord

Plakken is in het Engels to stick, to glue. Verleden tijd: plakte (enkelvoud) en plakten (meervoud). Voltooid deelwoord: geplakt, met hebben: ik heb geplakt.

Oefen plakken

Tegenwoordige tijd

ikplak
jijplakt
hij/zij/hetplakt
wijplakken
jullieplakken
zijplakken

Verleden tijd

ikplakte
jijplakte
hij/zij/hetplakte
wijplakten
jullieplakten
zijplakten

Voltooide tijd

ikheb geplakt
jijhebt geplakt
hij/zij/hetheeft geplakt
wijhebben geplakt
julliehebben geplakt
zijhebben geplakt

Voltooid verleden tijd

ikhad geplakt
jijhad geplakt
hij/zij/hethad geplakt
wijhadden geplakt
julliehadden geplakt
zijhadden geplakt

Toekomende tijd

ikzal plakken
jijzult plakken
hij/zij/hetzal plakken
wijzullen plakken
julliezullen plakken
zijzullen plakken

Voorwaardelijke wijs

ikzou plakken
jijzou plakken
hij/zij/hetzou plakken
wijzouden plakken
julliezouden plakken
zijzouden plakken

Oefen plakken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

plakken in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik een postzegel op de brief.

  2. Verleden tijd

    De kleuter de foto's in zijn schrift.

  3. Tegenwoordige tijd

    Jij de stukjes van de kapotte vaas weer aan elkaar.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is plak. In plakken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (plakte, plakten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geplakt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij plakt, maar plak jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van plakken?

plakte (ik, jij, hij/zij/het) en plakten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van plakken?

geplakt, met hebben: ik heb geplakt.

Gebruik je plakken met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geplakt, hij heeft geplakt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.