Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Plakken
plakken = to stick, to glue
- Hele werkwoord
- plakken
- Verleden tijd
- plakte · plakten
- Voltooide tijd
- heeft geplakt
Kort antwoord
Plakken is in het Engels to stick, to glue. Verleden tijd: plakte (enkelvoud) en plakten (meervoud). Voltooid deelwoord: geplakt, met hebben: ik heb geplakt.
Oefen plakkenTegenwoordige tijd
| ik | plak |
| jij | plakt |
| hij/zij/het | plakt |
| wij | plakken |
| jullie | plakken |
| zij | plakken |
Verleden tijd
| ik | plakte |
| jij | plakte |
| hij/zij/het | plakte |
| wij | plakten |
| jullie | plakten |
| zij | plakten |
Voltooide tijd
| ik | heb geplakt |
| jij | hebt geplakt |
| hij/zij/het | heeft geplakt |
| wij | hebben geplakt |
| jullie | hebben geplakt |
| zij | hebben geplakt |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geplakt |
| jij | had geplakt |
| hij/zij/het | had geplakt |
| wij | hadden geplakt |
| jullie | hadden geplakt |
| zij | hadden geplakt |
Toekomende tijd
| ik | zal plakken |
| jij | zult plakken |
| hij/zij/het | zal plakken |
| wij | zullen plakken |
| jullie | zullen plakken |
| zij | zullen plakken |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou plakken |
| jij | zou plakken |
| hij/zij/het | zou plakken |
| wij | zouden plakken |
| jullie | zouden plakken |
| zij | zouden plakken |
Oefen plakken
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
plakken in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is plak. In plakken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (plakte, plakten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geplakt).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij plakt, maar plak jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van plakken?
plakte (ik, jij, hij/zij/het) en plakten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van plakken?
geplakt, met hebben: ik heb geplakt.
Gebruik je plakken met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geplakt, hij heeft geplakt.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.