Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Planten

planten = to plant

Hele werkwoord
planten
Verleden tijd
plantte · plantten
Voltooide tijd
heeft geplant

Kort antwoord

Planten is in het Engels to plant. Verleden tijd: plantte (enkelvoud) en plantten (meervoud). Voltooid deelwoord: geplant, met hebben: ik heb geplant.

Oefen planten

Tegenwoordige tijd

ikplant
jijplant
hij/zij/hetplant
wijplanten
jullieplanten
zijplanten

Verleden tijd

ikplantte
jijplantte
hij/zij/hetplantte
wijplantten
jullieplantten
zijplantten

Voltooide tijd

ikheb geplant
jijhebt geplant
hij/zij/hetheeft geplant
wijhebben geplant
julliehebben geplant
zijhebben geplant

Voltooid verleden tijd

ikhad geplant
jijhad geplant
hij/zij/hethad geplant
wijhadden geplant
julliehadden geplant
zijhadden geplant

Toekomende tijd

ikzal planten
jijzult planten
hij/zij/hetzal planten
wijzullen planten
julliezullen planten
zijzullen planten

Voorwaardelijke wijs

ikzou planten
jijzou planten
hij/zij/hetzou planten
wijzouden planten
julliezouden planten
zijzouden planten

Oefen planten

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

planten in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik morgen een mooie boom in de tuin.

  2. Verleden tijd

    Vorig jaar wij veel bloemen langs het pad.

  3. Voltooide tijd

    Mijn vader gisteren drie appelbomen .

  4. Bijzin

    De kinderen zijn blij omdat ze vandaag zaadjes .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is plant. In planten staat t voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (plantte, plantten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geplant).

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van planten?

plantte (ik, jij, hij/zij/het) en plantten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van planten?

geplant, met hebben: ik heb geplant.

Gebruik je planten met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geplant, hij heeft geplant.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.