Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Pleiten

pleiten = to plead

Hele werkwoord
pleiten
Verleden tijd
pleitte · pleitten
Voltooide tijd
heeft gepleit

Kort antwoord

Pleiten is in het Engels to plead. Verleden tijd: pleitte (enkelvoud) en pleitten (meervoud). Voltooid deelwoord: gepleit, met hebben: ik heb gepleit.

Oefen pleiten

Tegenwoordige tijd

ikpleit
jijpleit
hij/zij/hetpleit
wijpleiten
julliepleiten
zijpleiten

Verleden tijd

ikpleitte
jijpleitte
hij/zij/hetpleitte
wijpleitten
julliepleitten
zijpleitten

Voltooide tijd

ikheb gepleit
jijhebt gepleit
hij/zij/hetheeft gepleit
wijhebben gepleit
julliehebben gepleit
zijhebben gepleit

Voltooid verleden tijd

ikhad gepleit
jijhad gepleit
hij/zij/hethad gepleit
wijhadden gepleit
julliehadden gepleit
zijhadden gepleit

Toekomende tijd

ikzal pleiten
jijzult pleiten
hij/zij/hetzal pleiten
wijzullen pleiten
julliezullen pleiten
zijzullen pleiten

Voorwaardelijke wijs

ikzou pleiten
jijzou pleiten
hij/zij/hetzou pleiten
wijzouden pleiten
julliezouden pleiten
zijzouden pleiten

Oefen pleiten

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

pleiten in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De advocaat voor de vrijspraak van zijn cliënt.

  2. Verleden tijd

    Zij gisteren voor meer geld voor de school.

  3. Voltooide tijd

    Wij lang voor een nieuw fietspad .

  4. Bijzin

    De burgemeester luistert als de buurtbewoners voor een park .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is pleit. In pleiten staat t voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (pleitte, pleitten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gepleit).

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van pleiten?

pleitte (ik, jij, hij/zij/het) en pleitten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van pleiten?

gepleit, met hebben: ik heb gepleit.

Gebruik je pleiten met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gepleit, hij heeft gepleit.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.