Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Remmen

remmen = to brake

Hele werkwoord
remmen
Verleden tijd
remde · remden
Voltooide tijd
heeft geremd

Kort antwoord

Remmen is in het Engels to brake. Verleden tijd: remde (enkelvoud) en remden (meervoud). Voltooid deelwoord: geremd, met hebben: ik heb geremd.

Oefen remmen

Tegenwoordige tijd

ikrem
jijremt
hij/zij/hetremt
wijremmen
jullieremmen
zijremmen

Verleden tijd

ikremde
jijremde
hij/zij/hetremde
wijremden
jullieremden
zijremden

Voltooide tijd

ikheb geremd
jijhebt geremd
hij/zij/hetheeft geremd
wijhebben geremd
julliehebben geremd
zijhebben geremd

Voltooid verleden tijd

ikhad geremd
jijhad geremd
hij/zij/hethad geremd
wijhadden geremd
julliehadden geremd
zijhadden geremd

Toekomende tijd

ikzal remmen
jijzult remmen
hij/zij/hetzal remmen
wijzullen remmen
julliezullen remmen
zijzullen remmen

Voorwaardelijke wijs

ikzou remmen
jijzou remmen
hij/zij/hetzou remmen
wijzouden remmen
julliezouden remmen
zijzouden remmen

Oefen remmen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

remmen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Jij altijd te laat voor het rode licht.

  2. Verleden tijd

    De bus plotseling, omdat er een kind de straat op rende.

  3. Voltooide tijd

    Ik net op tijd , want er stak een hert over.

  4. Bijzin

    Mijn vader zegt dat je in de sneeuw voorzichtig moet .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is rem. In remmen staat m voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (remde, remden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geremd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij remt, maar rem jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van remmen?

remde (ik, jij, hij/zij/het) en remden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van remmen?

geremd, met hebben: ik heb geremd.

Gebruik je remmen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geremd, hij heeft geremd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.