Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Schamen

schamen = to be ashamed

Hele werkwoord
schamen
Verleden tijd
schaamde · schaamden
Voltooide tijd
heeft geschaamd

Kort antwoord

Schamen is in het Engels to be ashamed. Verleden tijd: schaamde (enkelvoud) en schaamden (meervoud). Voltooid deelwoord: geschaamd, met hebben: ik heb geschaamd.

Oefen schamen

Tegenwoordige tijd

ikschaam
jijschaamt
hij/zij/hetschaamt
wijschamen
jullieschamen
zijschamen

Verleden tijd

ikschaamde
jijschaamde
hij/zij/hetschaamde
wijschaamden
jullieschaamden
zijschaamden

Voltooide tijd

ikheb geschaamd
jijhebt geschaamd
hij/zij/hetheeft geschaamd
wijhebben geschaamd
julliehebben geschaamd
zijhebben geschaamd

Voltooid verleden tijd

ikhad geschaamd
jijhad geschaamd
hij/zij/hethad geschaamd
wijhadden geschaamd
julliehadden geschaamd
zijhadden geschaamd

Toekomende tijd

ikzal schamen
jijzult schamen
hij/zij/hetzal schamen
wijzullen schamen
julliezullen schamen
zijzullen schamen

Voorwaardelijke wijs

ikzou schamen
jijzou schamen
hij/zij/hetzou schamen
wijzouden schamen
julliezouden schamen
zijzouden schamen

Oefen schamen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

schamen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik me voor mijn slechte cijfer.

  2. Verleden tijd

    Hij zich omdat hij te laat kwam.

  3. Bijzin

    Zij vertelt dat ze zich voor haar gedrag.

  4. Verleden tijd

    Toen de kinderen vuil binnenkwamen, ze zich.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is schaam. In schamen staat m voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (schaamde, schaamden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geschaamd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij schaamt, maar schaam jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van schamen?

schaamde (ik, jij, hij/zij/het) en schaamden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van schamen?

geschaamd, met hebben: ik heb geschaamd.

Gebruik je schamen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geschaamd, hij heeft geschaamd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.