Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Schamen
schamen = to be ashamed
- Hele werkwoord
- schamen
- Verleden tijd
- schaamde · schaamden
- Voltooide tijd
- heeft geschaamd
Kort antwoord
Schamen is in het Engels to be ashamed. Verleden tijd: schaamde (enkelvoud) en schaamden (meervoud). Voltooid deelwoord: geschaamd, met hebben: ik heb geschaamd.
Oefen schamenTegenwoordige tijd
| ik | schaam |
| jij | schaamt |
| hij/zij/het | schaamt |
| wij | schamen |
| jullie | schamen |
| zij | schamen |
Verleden tijd
| ik | schaamde |
| jij | schaamde |
| hij/zij/het | schaamde |
| wij | schaamden |
| jullie | schaamden |
| zij | schaamden |
Voltooide tijd
| ik | heb geschaamd |
| jij | hebt geschaamd |
| hij/zij/het | heeft geschaamd |
| wij | hebben geschaamd |
| jullie | hebben geschaamd |
| zij | hebben geschaamd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geschaamd |
| jij | had geschaamd |
| hij/zij/het | had geschaamd |
| wij | hadden geschaamd |
| jullie | hadden geschaamd |
| zij | hadden geschaamd |
Toekomende tijd
| ik | zal schamen |
| jij | zult schamen |
| hij/zij/het | zal schamen |
| wij | zullen schamen |
| jullie | zullen schamen |
| zij | zullen schamen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou schamen |
| jij | zou schamen |
| hij/zij/het | zou schamen |
| wij | zouden schamen |
| jullie | zouden schamen |
| zij | zouden schamen |
Oefen schamen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
schamen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is schaam. In schamen staat m voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (schaamde, schaamden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geschaamd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij schaamt, maar schaam jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van schamen?
schaamde (ik, jij, hij/zij/het) en schaamden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van schamen?
geschaamd, met hebben: ik heb geschaamd.
Gebruik je schamen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geschaamd, hij heeft geschaamd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.