Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Schelen
schelen = to matter
- Hele werkwoord
- schelen
- Verleden tijd
- scheelde · scheelden
- Voltooide tijd
- heeft gescheeld
Kort antwoord
Schelen is in het Engels to matter. Verleden tijd: scheelde (enkelvoud) en scheelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gescheeld, met hebben: ik heb gescheeld.
Oefen schelenTegenwoordige tijd
| ik | scheel |
| jij | scheelt |
| hij/zij/het | scheelt |
| wij | schelen |
| jullie | schelen |
| zij | schelen |
Verleden tijd
| ik | scheelde |
| jij | scheelde |
| hij/zij/het | scheelde |
| wij | scheelden |
| jullie | scheelden |
| zij | scheelden |
Voltooide tijd
| ik | heb gescheeld |
| jij | hebt gescheeld |
| hij/zij/het | heeft gescheeld |
| wij | hebben gescheeld |
| jullie | hebben gescheeld |
| zij | hebben gescheeld |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gescheeld |
| jij | had gescheeld |
| hij/zij/het | had gescheeld |
| wij | hadden gescheeld |
| jullie | hadden gescheeld |
| zij | hadden gescheeld |
Toekomende tijd
| ik | zal schelen |
| jij | zult schelen |
| hij/zij/het | zal schelen |
| wij | zullen schelen |
| jullie | zullen schelen |
| zij | zullen schelen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou schelen |
| jij | zou schelen |
| hij/zij/het | zou schelen |
| wij | zouden schelen |
| jullie | zouden schelen |
| zij | zouden schelen |
Oefen schelen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
schelen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is scheel. In schelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (scheelde, scheelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gescheeld).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij scheelt, maar scheel jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van schelen?
scheelde (ik, jij, hij/zij/het) en scheelden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van schelen?
gescheeld, met hebben: ik heb gescheeld.
Gebruik je schelen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gescheeld, hij heeft gescheeld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.