Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Scheuren

scheuren = to tear, speed

Hele werkwoord
scheuren
Verleden tijd
scheurde · scheurden
Voltooide tijd
heeft / is gescheurd

Kort antwoord

Scheuren is in het Engels to tear, speed. Verleden tijd: scheurde (enkelvoud) en scheurden (meervoud). Voltooid deelwoord: gescheurd, met hebben / zijn: ik heb / ben gescheurd.

Oefen scheuren

Tegenwoordige tijd

ikscheur
jijscheurt
hij/zij/hetscheurt
wijscheuren
julliescheuren
zijscheuren

Verleden tijd

ikscheurde
jijscheurde
hij/zij/hetscheurde
wijscheurden
julliescheurden
zijscheurden

Voltooide tijd

ikheb / ben gescheurd
jijhebt / bent gescheurd
hij/zij/hetheeft / is gescheurd
wijhebben / zijn gescheurd
julliehebben / zijn gescheurd
zijhebben / zijn gescheurd

Voltooid verleden tijd

ikhad / was gescheurd
jijhad / was gescheurd
hij/zij/hethad / was gescheurd
wijhadden / waren gescheurd
julliehadden / waren gescheurd
zijhadden / waren gescheurd

Toekomende tijd

ikzal scheuren
jijzult scheuren
hij/zij/hetzal scheuren
wijzullen scheuren
julliezullen scheuren
zijzullen scheuren

Voorwaardelijke wijs

ikzou scheuren
jijzou scheuren
hij/zij/hetzou scheuren
wijzouden scheuren
julliezouden scheuren
zijzouden scheuren

Oefen scheuren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

scheuren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn zoontje altijd zijn broek als hij gaat voetballen.

  2. Verleden tijd

    De wind het zeil van de boot.

  3. Voltooide tijd

    Ik mijn broek aan een spijker.

  4. Voltooide tijd

    Het papier per ongeluk toen Sara het uit de map haalde.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is scheur. In scheuren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (scheurde, scheurden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gescheurd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij scheurt, maar scheur jij?
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Ik heb mijn broek gescheurd. Mijn broek is gescheurd.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van scheuren?

scheurde (ik, jij, hij/zij/het) en scheurden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van scheuren?

gescheurd, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Ik heb mijn broek gescheurd. Mijn broek is gescheurd.

Gebruik je scheuren met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: Ik heb mijn broek gescheurd. Mijn broek is gescheurd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.