Level A2 · Regular, separable
Kapotmaken conjugation
kapotmaken = to break
- Infinitive
- kapotmaken
- Past
- maakte kapot · maakten kapot
- Perfect
- heeft kapotgemaakt
Quick answer
Kapotmaken means to break. Past tense: maakte kapot (singular) and maakten kapot (plural). Past participle: kapotgemaakt, with hebben: ik heb kapotgemaakt.
Practise kapotmakenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | maak kapot |
| jij | maakt kapot |
| hij/zij/het | maakt kapot |
| wij | maken kapot |
| jullie | maken kapot |
| zij | maken kapot |
Past (verleden tijd)
| ik | maakte kapot |
| jij | maakte kapot |
| hij/zij/het | maakte kapot |
| wij | maakten kapot |
| jullie | maakten kapot |
| zij | maakten kapot |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb kapotgemaakt |
| jij | hebt kapotgemaakt |
| hij/zij/het | heeft kapotgemaakt |
| wij | hebben kapotgemaakt |
| jullie | hebben kapotgemaakt |
| zij | hebben kapotgemaakt |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had kapotgemaakt |
| jij | had kapotgemaakt |
| hij/zij/het | had kapotgemaakt |
| wij | hadden kapotgemaakt |
| jullie | hadden kapotgemaakt |
| zij | hadden kapotgemaakt |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal kapotmaken |
| jij | zult kapotmaken |
| hij/zij/het | zal kapotmaken |
| wij | zullen kapotmaken |
| jullie | zullen kapotmaken |
| zij | zullen kapotmaken |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou kapotmaken |
| jij | zou kapotmaken |
| hij/zij/het | zou kapotmaken |
| wij | zouden kapotmaken |
| jullie | zouden kapotmaken |
| zij | zouden kapotmaken |
Kapotmaken is a separable verb
In a main clause kapot goes to the end (ik maak kapot). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik kapotmaak). Participle: kapotgemaakt.
| Main clause | ik maak kapot |
| Question | maak jij kapot? |
| Subordinate clause | … dat ik kapotmaak |
| With a modal verb | ik wil kapotmaken |
| Perfect tense | ik heb kapotgemaakt |
| With om ... te | om kapot te maken |
| Imperative | maak kapot! |
Practise kapotmaken
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is maak. The infinitive maken has k before -en, one of the sounds in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -te (maakte, maakten) and the participle ends in -t (kapotgemaakt).
- Separable verb. In a main clause the prefix kapot goes to the end: ik maak kapot. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik kapotmaak, ... dat ik kapotmaakte.
- In the participle, ge goes between the two parts: kapotgemaakt.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of kapotmaken?
maakte kapot (ik, jij, hij/zij/het) and maakten kapot (wij, jullie, zij).
What is the past participle of kapotmaken?
kapotgemaakt, with hebben: ik heb kapotgemaakt.
Is kapotmaken used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb kapotgemaakt, hij heeft kapotgemaakt.
Is kapotmaken a separable verb?
Yes. In a main clause kapot goes to the end (ik maak kapot), in a subordinate clause it stays attached (dat ik kapotmaak). Participle: kapotgemaakt.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.