Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Schoppen

schoppen = to kick

Hele werkwoord
schoppen
Verleden tijd
schopte · schopten
Voltooide tijd
heeft geschopt

Kort antwoord

Schoppen is in het Engels to kick. Verleden tijd: schopte (enkelvoud) en schopten (meervoud). Voltooid deelwoord: geschopt, met hebben: ik heb geschopt.

Oefen schoppen

Tegenwoordige tijd

ikschop
jijschopt
hij/zij/hetschopt
wijschoppen
jullieschoppen
zijschoppen

Verleden tijd

ikschopte
jijschopte
hij/zij/hetschopte
wijschopten
jullieschopten
zijschopten

Voltooide tijd

ikheb geschopt
jijhebt geschopt
hij/zij/hetheeft geschopt
wijhebben geschopt
julliehebben geschopt
zijhebben geschopt

Voltooid verleden tijd

ikhad geschopt
jijhad geschopt
hij/zij/hethad geschopt
wijhadden geschopt
julliehadden geschopt
zijhadden geschopt

Toekomende tijd

ikzal schoppen
jijzult schoppen
hij/zij/hetzal schoppen
wijzullen schoppen
julliezullen schoppen
zijzullen schoppen

Voorwaardelijke wijs

ikzou schoppen
jijzou schoppen
hij/zij/hetzou schoppen
wijzouden schoppen
julliezouden schoppen
zijzouden schoppen

Oefen schoppen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

schoppen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De jongen de bal over het hek.

  2. Verleden tijd

    Ik per ongeluk tegen de tafel.

  3. Bijzin

    Hij moest huilen, omdat zijn broertje hem tegen zijn been .

  4. Tegenwoordige tijd

    Wij elke zaterdag een bal in het park.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is schop. In schoppen staat p voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (schopte, schopten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geschopt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij schopt, maar schop jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van schoppen?

schopte (ik, jij, hij/zij/het) en schopten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van schoppen?

geschopt, met hebben: ik heb geschopt.

Gebruik je schoppen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geschopt, hij heeft geschopt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.