Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Shoppen
shoppen = to go shopping
- Hele werkwoord
- shoppen
- Verleden tijd
- shopte · shopten
- Voltooide tijd
- heeft geshopt
Kort antwoord
Shoppen is in het Engels to go shopping. Verleden tijd: shopte (enkelvoud) en shopten (meervoud). Voltooid deelwoord: geshopt, met hebben: ik heb geshopt.
Oefen shoppenTegenwoordige tijd
| ik | shop |
| jij | shopt |
| hij/zij/het | shopt |
| wij | shoppen |
| jullie | shoppen |
| zij | shoppen |
Verleden tijd
| ik | shopte |
| jij | shopte |
| hij/zij/het | shopte |
| wij | shopten |
| jullie | shopten |
| zij | shopten |
Voltooide tijd
| ik | heb geshopt |
| jij | hebt geshopt |
| hij/zij/het | heeft geshopt |
| wij | hebben geshopt |
| jullie | hebben geshopt |
| zij | hebben geshopt |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geshopt |
| jij | had geshopt |
| hij/zij/het | had geshopt |
| wij | hadden geshopt |
| jullie | hadden geshopt |
| zij | hadden geshopt |
Toekomende tijd
| ik | zal shoppen |
| jij | zult shoppen |
| hij/zij/het | zal shoppen |
| wij | zullen shoppen |
| jullie | zullen shoppen |
| zij | zullen shoppen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou shoppen |
| jij | zou shoppen |
| hij/zij/het | zou shoppen |
| wij | zouden shoppen |
| jullie | zouden shoppen |
| zij | zouden shoppen |
Oefen shoppen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
shoppen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is shop. In shoppen staat p voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (shopte, shopten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geshopt).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij shopt, maar shop jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van shoppen?
shopte (ik, jij, hij/zij/het) en shopten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van shoppen?
geshopt, met hebben: ik heb geshopt.
Gebruik je shoppen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geshopt, hij heeft geshopt.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.