Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Slepen

slepen = to drag, tow

Hele werkwoord
slepen
Verleden tijd
sleepte · sleepten
Voltooide tijd
heeft gesleept

Kort antwoord

Slepen is in het Engels to drag, tow. Verleden tijd: sleepte (enkelvoud) en sleepten (meervoud). Voltooid deelwoord: gesleept, met hebben: ik heb gesleept.

Oefen slepen

Tegenwoordige tijd

iksleep
jijsleept
hij/zij/hetsleept
wijslepen
jullieslepen
zijslepen

Verleden tijd

iksleepte
jijsleepte
hij/zij/hetsleepte
wijsleepten
julliesleepten
zijsleepten

Voltooide tijd

ikheb gesleept
jijhebt gesleept
hij/zij/hetheeft gesleept
wijhebben gesleept
julliehebben gesleept
zijhebben gesleept

Voltooid verleden tijd

ikhad gesleept
jijhad gesleept
hij/zij/hethad gesleept
wijhadden gesleept
julliehadden gesleept
zijhadden gesleept

Toekomende tijd

ikzal slepen
jijzult slepen
hij/zij/hetzal slepen
wijzullen slepen
julliezullen slepen
zijzullen slepen

Voorwaardelijke wijs

ikzou slepen
jijzou slepen
hij/zij/hetzou slepen
wijzouden slepen
julliezouden slepen
zijzouden slepen

Oefen slepen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

slepen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Hij de zware koffer de trap op.

  2. Verleden tijd

    De sterke man de boom naar de rivier.

  3. Voltooide tijd

    Wij de kapotte auto naar de garage .

  4. Bijzin

    Ik was heel moe omdat ik de hele dag dozen .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is sleep. In slepen staat p voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (sleepte, sleepten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gesleept).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij sleept, maar sleep jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van slepen?

sleepte (ik, jij, hij/zij/het) en sleepten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van slepen?

gesleept, met hebben: ik heb gesleept.

Gebruik je slepen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gesleept, hij heeft gesleept.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.