Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Onregelmatig

Vervoeging van Slijpen

slijpen = to sharpen, grind

Hele werkwoord
slijpen
Verleden tijd
sleep · slepen
Voltooide tijd
heeft geslepen

Kort antwoord

Slijpen is in het Engels to sharpen, grind. Verleden tijd: sleep (enkelvoud) en slepen (meervoud). Voltooid deelwoord: geslepen, met hebben: ik heb geslepen.

Oefen slijpen

Tegenwoordige tijd

ikslijp
jijslijpt
hij/zij/hetslijpt
wijslijpen
jullieslijpen
zijslijpen

Verleden tijd

iksleep
jijsleep
hij/zij/hetsleep
wijslepen
jullieslepen
zijslepen

Voltooide tijd

ikheb geslepen
jijhebt geslepen
hij/zij/hetheeft geslepen
wijhebben geslepen
julliehebben geslepen
zijhebben geslepen

Voltooid verleden tijd

ikhad geslepen
jijhad geslepen
hij/zij/hethad geslepen
wijhadden geslepen
julliehadden geslepen
zijhadden geslepen

Toekomende tijd

ikzal slijpen
jijzult slijpen
hij/zij/hetzal slijpen
wijzullen slijpen
julliezullen slijpen
zijzullen slijpen

Voorwaardelijke wijs

ikzou slijpen
jijzou slijpen
hij/zij/hetzou slijpen
wijzouden slijpen
julliezouden slijpen
zijzouden slijpen

Oefen slijpen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

slijpen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn opa elke maand zijn messen met een steen.

  2. Verleden tijd

    De kok gisteren alle messen voor het restaurant.

  3. Voltooide tijd

    Wij de schaar voor het knippen .

  4. Bijzin

    Ik gebruik dit apparaat als ik mijn potlood .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: slijpen, sleep, geslepen.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij slijpt, maar slijp jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van slijpen?

sleep (ik, jij, hij/zij/het) en slepen (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van slijpen?

geslepen, met hebben: ik heb geslepen.

Gebruik je slijpen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geslepen, hij heeft geslepen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.