Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular, separable

Overleveren conjugation

overleveren = to hand down

Infinitive
overleveren
Past
leverde over · leverden over
Perfect
heeft overgeleverd

Quick answer

Overleveren means to hand down. Past tense: leverde over (singular) and leverden over (plural). Past participle: overgeleverd, with hebben: ik heb overgeleverd.

Practise overleveren

Present (tegenwoordige tijd)

iklever over
jijlevert over
hij/zij/hetlevert over
wijleveren over
jullieleveren over
zijleveren over

Past (verleden tijd)

ikleverde over
jijleverde over
hij/zij/hetleverde over
wijleverden over
jullieleverden over
zijleverden over

Perfect (voltooide tijd)

ikheb overgeleverd
jijhebt overgeleverd
hij/zij/hetheeft overgeleverd
wijhebben overgeleverd
julliehebben overgeleverd
zijhebben overgeleverd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad overgeleverd
jijhad overgeleverd
hij/zij/hethad overgeleverd
wijhadden overgeleverd
julliehadden overgeleverd
zijhadden overgeleverd

Future (toekomende tijd)

ikzal overleveren
jijzult overleveren
hij/zij/hetzal overleveren
wijzullen overleveren
julliezullen overleveren
zijzullen overleveren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou overleveren
jijzou overleveren
hij/zij/hetzou overleveren
wijzouden overleveren
julliezouden overleveren
zijzouden overleveren

Overleveren is a separable verb

In a main clause over goes to the end (ik lever over). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik overlever). Participle: overgeleverd.

Main clauseik lever over
Questionlever jij over?
Subordinate clause… dat ik overlever
With a modal verbik wil overleveren
Perfect tenseik heb overgeleverd
With om ... teom over te leveren
Imperativelever over!

Separable verbs: rules and checker

Practise overleveren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is lever. The infinitive leveren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (leverde, leverden) and the participle ends in -d (overgeleverd).
  • Separable verb. In a main clause the prefix over goes to the end: ik lever over. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik overlever, ... dat ik overleverde.
  • In the participle, ge goes between the two parts: overgeleverd.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of overleveren?

leverde over (ik, jij, hij/zij/het) and leverden over (wij, jullie, zij).

What is the past participle of overleveren?

overgeleverd, with hebben: ik heb overgeleverd.

Is overleveren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb overgeleverd, hij heeft overgeleverd.

Is overleveren a separable verb?

Yes. In a main clause over goes to the end (ik lever over), in a subordinate clause it stays attached (dat ik overlever). Participle: overgeleverd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.