Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Slingeren

slingeren = to sway or swerve

Hele werkwoord
slingeren
Verleden tijd
slingerde · slingerden
Voltooide tijd
heeft / is geslingerd

Kort antwoord

Slingeren is in het Engels to sway or swerve. Verleden tijd: slingerde (enkelvoud) en slingerden (meervoud). Voltooid deelwoord: geslingerd, met hebben / zijn: ik heb / ben geslingerd.

Oefen slingeren

Tegenwoordige tijd

ikslinger
jijslingert
hij/zij/hetslingert
wijslingeren
jullieslingeren
zijslingeren

Verleden tijd

ikslingerde
jijslingerde
hij/zij/hetslingerde
wijslingerden
jullieslingerden
zijslingerden

Voltooide tijd

ikheb / ben geslingerd
jijhebt / bent geslingerd
hij/zij/hetheeft / is geslingerd
wijhebben / zijn geslingerd
julliehebben / zijn geslingerd
zijhebben / zijn geslingerd

Voltooid verleden tijd

ikhad / was geslingerd
jijhad / was geslingerd
hij/zij/hethad / was geslingerd
wijhadden / waren geslingerd
julliehadden / waren geslingerd
zijhadden / waren geslingerd

Toekomende tijd

ikzal slingeren
jijzult slingeren
hij/zij/hetzal slingeren
wijzullen slingeren
julliezullen slingeren
zijzullen slingeren

Voorwaardelijke wijs

ikzou slingeren
jijzou slingeren
hij/zij/hetzou slingeren
wijzouden slingeren
julliezouden slingeren
zijzouden slingeren

Oefen slingeren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

slingeren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De fietser over de weg omdat het hard waait.

  2. Verleden tijd

    De dronken man door de straat naar huis.

  3. Voltooide tijd

    Hij zijn tas in de hoek van de kamer .

  4. Bijzin

    Ik schrok toen de bus plotseling begon te .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is slinger. In slingeren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (slingerde, slingerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geslingerd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij slingert, maar slinger jij?
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Hij heeft zijn tas in de hoek geslingerd. De dronken man is over straat geslingerd.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van slingeren?

slingerde (ik, jij, hij/zij/het) en slingerden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van slingeren?

geslingerd, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Hij heeft zijn tas in de hoek geslingerd. De dronken man is over straat geslingerd.

Gebruik je slingeren met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: Hij heeft zijn tas in de hoek geslingerd. De dronken man is over straat geslingerd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.