Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Irregular, separable

Uitwijken conjugation

uitwijken = to move aside

Infinitive
uitwijken
Past
week uit · weken uit
Perfect
is uitgeweken

Quick answer

Uitwijken means to move aside. Past tense: week uit (singular) and weken uit (plural). Past participle: uitgeweken, with zijn: ik ben uitgeweken.

Practise uitwijken

Present (tegenwoordige tijd)

ikwijk uit
jijwijkt uit
hij/zij/hetwijkt uit
wijwijken uit
julliewijken uit
zijwijken uit

Past (verleden tijd)

ikweek uit
jijweek uit
hij/zij/hetweek uit
wijweken uit
jullieweken uit
zijweken uit

Perfect (voltooide tijd)

ikben uitgeweken
jijbent uitgeweken
hij/zij/hetis uitgeweken
wijzijn uitgeweken
julliezijn uitgeweken
zijzijn uitgeweken

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikwas uitgeweken
jijwas uitgeweken
hij/zij/hetwas uitgeweken
wijwaren uitgeweken
julliewaren uitgeweken
zijwaren uitgeweken

Future (toekomende tijd)

ikzal uitwijken
jijzult uitwijken
hij/zij/hetzal uitwijken
wijzullen uitwijken
julliezullen uitwijken
zijzullen uitwijken

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou uitwijken
jijzou uitwijken
hij/zij/hetzou uitwijken
wijzouden uitwijken
julliezouden uitwijken
zijzouden uitwijken

Uitwijken is a separable verb

In a main clause uit goes to the end (ik wijk uit). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik uitwijk). Participle: uitgeweken.

Main clauseik wijk uit
Questionwijk jij uit?
Subordinate clause… dat ik uitwijk
With a modal verbik wil uitwijken
Perfect tenseik ben uitgeweken
With om ... teom uit te wijken
Imperativewijk uit!

Separable verbs: rules and checker

Practise uitwijken

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: uitwijken, week uit, uitgeweken.
  • Separable verb. In a main clause the prefix uit goes to the end: ik wijk uit. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik uitwijk, ... dat ik uitweek.
  • In the participle, ge goes between the two parts: uitgeweken.
  • Perfect tense with zijn: ik ben uitgeweken, not ik heb uitgeweken.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of uitwijken?

week uit (ik, jij, hij/zij/het) and weken uit (wij, jullie, zij).

What is the past participle of uitwijken?

uitgeweken, with zijn: ik ben uitgeweken.

Is uitwijken used with hebben or zijn?

With zijn: ik ben uitgeweken, hij is uitgeweken.

Is uitwijken a separable verb?

Yes. In a main clause uit goes to the end (ik wijk uit), in a subordinate clause it stays attached (dat ik uitwijk). Participle: uitgeweken.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.