Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Slopen

slopen = to demolish

Hele werkwoord
slopen
Verleden tijd
sloopte · sloopten
Voltooide tijd
heeft gesloopt

Kort antwoord

Slopen is in het Engels to demolish. Verleden tijd: sloopte (enkelvoud) en sloopten (meervoud). Voltooid deelwoord: gesloopt, met hebben: ik heb gesloopt.

Oefen slopen

Tegenwoordige tijd

iksloop
jijsloopt
hij/zij/hetsloopt
wijslopen
jullieslopen
zijslopen

Verleden tijd

iksloopte
jijsloopte
hij/zij/hetsloopte
wijsloopten
julliesloopten
zijsloopten

Voltooide tijd

ikheb gesloopt
jijhebt gesloopt
hij/zij/hetheeft gesloopt
wijhebben gesloopt
julliehebben gesloopt
zijhebben gesloopt

Voltooid verleden tijd

ikhad gesloopt
jijhad gesloopt
hij/zij/hethad gesloopt
wijhadden gesloopt
julliehadden gesloopt
zijhadden gesloopt

Toekomende tijd

ikzal slopen
jijzult slopen
hij/zij/hetzal slopen
wijzullen slopen
julliezullen slopen
zijzullen slopen

Voorwaardelijke wijs

ikzou slopen
jijzou slopen
hij/zij/hetzou slopen
wijzouden slopen
julliezouden slopen
zijzouden slopen

Oefen slopen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

slopen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ze het oude huis in mei.

  2. Verleden tijd

    De arbeiders vorige week de oude school.

  3. Voltooide tijd

    De gemeente de oude fabriek .

  4. Bijzin

    Het is jammer dat ze het mooie gebouw .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is sloop. In slopen staat p voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (sloopte, sloopten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gesloopt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij sloopt, maar sloop jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van slopen?

sloopte (ik, jij, hij/zij/het) en sloopten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van slopen?

gesloopt, met hebben: ik heb gesloopt.

Gebruik je slopen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gesloopt, hij heeft gesloopt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.