Level B1 · Regular
Programmeren conjugation
programmeren = to program
- Infinitive
- programmeren
- Past
- programmeerde · programmeerden
- Perfect
- heeft geprogrammeerd
Quick answer
Programmeren means to program. Past tense: programmeerde (singular) and programmeerden (plural). Past participle: geprogrammeerd, with hebben: ik heb geprogrammeerd.
Practise programmerenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | programmeer |
| jij | programmeert |
| hij/zij/het | programmeert |
| wij | programmeren |
| jullie | programmeren |
| zij | programmeren |
Past (verleden tijd)
| ik | programmeerde |
| jij | programmeerde |
| hij/zij/het | programmeerde |
| wij | programmeerden |
| jullie | programmeerden |
| zij | programmeerden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb geprogrammeerd |
| jij | hebt geprogrammeerd |
| hij/zij/het | heeft geprogrammeerd |
| wij | hebben geprogrammeerd |
| jullie | hebben geprogrammeerd |
| zij | hebben geprogrammeerd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had geprogrammeerd |
| jij | had geprogrammeerd |
| hij/zij/het | had geprogrammeerd |
| wij | hadden geprogrammeerd |
| jullie | hadden geprogrammeerd |
| zij | hadden geprogrammeerd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal programmeren |
| jij | zult programmeren |
| hij/zij/het | zal programmeren |
| wij | zullen programmeren |
| jullie | zullen programmeren |
| zij | zullen programmeren |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou programmeren |
| jij | zou programmeren |
| hij/zij/het | zou programmeren |
| wij | zouden programmeren |
| jullie | zouden programmeren |
| zij | zouden programmeren |
Practise programmeren
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is programmeer. The infinitive programmeren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (programmeerde, programmeerden) and the participle ends in -d (geprogrammeerd).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij programmeert, but programmeer jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of programmeren?
programmeerde (ik, jij, hij/zij/het) and programmeerden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of programmeren?
geprogrammeerd, with hebben: ik heb geprogrammeerd.
Is programmeren used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb geprogrammeerd, hij heeft geprogrammeerd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.