Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Snappen

snappen = to understand

Hele werkwoord
snappen
Verleden tijd
snapte · snapten
Voltooide tijd
heeft gesnapt

Kort antwoord

Snappen is in het Engels to understand. Verleden tijd: snapte (enkelvoud) en snapten (meervoud). Voltooid deelwoord: gesnapt, met hebben: ik heb gesnapt.

Oefen snappen

Tegenwoordige tijd

iksnap
jijsnapt
hij/zij/hetsnapt
wijsnappen
julliesnappen
zijsnappen

Verleden tijd

iksnapte
jijsnapte
hij/zij/hetsnapte
wijsnapten
julliesnapten
zijsnapten

Voltooide tijd

ikheb gesnapt
jijhebt gesnapt
hij/zij/hetheeft gesnapt
wijhebben gesnapt
julliehebben gesnapt
zijhebben gesnapt

Voltooid verleden tijd

ikhad gesnapt
jijhad gesnapt
hij/zij/hethad gesnapt
wijhadden gesnapt
julliehadden gesnapt
zijhadden gesnapt

Toekomende tijd

ikzal snappen
jijzult snappen
hij/zij/hetzal snappen
wijzullen snappen
julliezullen snappen
zijzullen snappen

Voorwaardelijke wijs

ikzou snappen
jijzou snappen
hij/zij/hetzou snappen
wijzouden snappen
julliezouden snappen
zijzouden snappen

Oefen snappen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

snappen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik deze oefening echt niet.

  2. Verleden tijd

    Jij de grap eerst niet.

  3. Voltooide tijd

    Wij de uitleg van de docent goed .

  4. Bijzin

    Ze vraagt het nog een keer omdat ze het niet .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is snap. In snappen staat p voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (snapte, snapten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gesnapt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij snapt, maar snap jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van snappen?

snapte (ik, jij, hij/zij/het) en snapten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van snappen?

gesnapt, met hebben: ik heb gesnapt.

Gebruik je snappen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gesnapt, hij heeft gesnapt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.