Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Sneeuwen
sneeuwen = to snow
- Hele werkwoord
- sneeuwen
- Verleden tijd
- sneeuwde · sneeuwden
- Voltooide tijd
- heeft gesneeuwd
Kort antwoord
Sneeuwen is in het Engels to snow. Verleden tijd: sneeuwde (enkelvoud) en sneeuwden (meervoud). Voltooid deelwoord: gesneeuwd, met hebben: ik heb gesneeuwd.
Oefen sneeuwenTegenwoordige tijd
| ik | sneeuw |
| jij | sneeuwt |
| hij/zij/het | sneeuwt |
| wij | sneeuwen |
| jullie | sneeuwen |
| zij | sneeuwen |
Verleden tijd
| ik | sneeuwde |
| jij | sneeuwde |
| hij/zij/het | sneeuwde |
| wij | sneeuwden |
| jullie | sneeuwden |
| zij | sneeuwden |
Voltooide tijd
| ik | heb gesneeuwd |
| jij | hebt gesneeuwd |
| hij/zij/het | heeft gesneeuwd |
| wij | hebben gesneeuwd |
| jullie | hebben gesneeuwd |
| zij | hebben gesneeuwd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gesneeuwd |
| jij | had gesneeuwd |
| hij/zij/het | had gesneeuwd |
| wij | hadden gesneeuwd |
| jullie | hadden gesneeuwd |
| zij | hadden gesneeuwd |
Toekomende tijd
| ik | zal sneeuwen |
| jij | zult sneeuwen |
| hij/zij/het | zal sneeuwen |
| wij | zullen sneeuwen |
| jullie | zullen sneeuwen |
| zij | zullen sneeuwen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou sneeuwen |
| jij | zou sneeuwen |
| hij/zij/het | zou sneeuwen |
| wij | zouden sneeuwen |
| jullie | zouden sneeuwen |
| zij | zouden sneeuwen |
Oefen sneeuwen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
sneeuwen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is sneeuw. In sneeuwen staat w voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (sneeuwde, sneeuwden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gesneeuwd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij sneeuwt, maar sneeuw jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van sneeuwen?
sneeuwde (ik, jij, hij/zij/het) en sneeuwden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van sneeuwen?
gesneeuwd, met hebben: ik heb gesneeuwd.
Gebruik je sneeuwen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gesneeuwd, hij heeft gesneeuwd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.