Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Sorteren

sorteren = to sort

Hele werkwoord
sorteren
Verleden tijd
sorteerde · sorteerden
Voltooide tijd
heeft gesorteerd

Kort antwoord

Sorteren is in het Engels to sort. Verleden tijd: sorteerde (enkelvoud) en sorteerden (meervoud). Voltooid deelwoord: gesorteerd, met hebben: ik heb gesorteerd.

Oefen sorteren

Tegenwoordige tijd

iksorteer
jijsorteert
hij/zij/hetsorteert
wijsorteren
julliesorteren
zijsorteren

Verleden tijd

iksorteerde
jijsorteerde
hij/zij/hetsorteerde
wijsorteerden
julliesorteerden
zijsorteerden

Voltooide tijd

ikheb gesorteerd
jijhebt gesorteerd
hij/zij/hetheeft gesorteerd
wijhebben gesorteerd
julliehebben gesorteerd
zijhebben gesorteerd

Voltooid verleden tijd

ikhad gesorteerd
jijhad gesorteerd
hij/zij/hethad gesorteerd
wijhadden gesorteerd
julliehadden gesorteerd
zijhadden gesorteerd

Toekomende tijd

ikzal sorteren
jijzult sorteren
hij/zij/hetzal sorteren
wijzullen sorteren
julliezullen sorteren
zijzullen sorteren

Voorwaardelijke wijs

ikzou sorteren
jijzou sorteren
hij/zij/hetzou sorteren
wijzouden sorteren
julliezouden sorteren
zijzouden sorteren

Oefen sorteren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

sorteren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik het afval altijd in de keuken.

  2. Verleden tijd

    Gisteren hij alle oude foto's op datum.

  3. Voltooide tijd

    Wij de post al .

  4. Bijzin

    Ik help je graag, omdat jij de wasmand nooit .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is sorteer. In sorteren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (sorteerde, sorteerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gesorteerd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij sorteert, maar sorteer jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van sorteren?

sorteerde (ik, jij, hij/zij/het) en sorteerden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van sorteren?

gesorteerd, met hebben: ik heb gesorteerd.

Gebruik je sorteren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gesorteerd, hij heeft gesorteerd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.