Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Sorteren conjugation

sorteren = to sort

Infinitive
sorteren
Past
sorteerde · sorteerden
Perfect
heeft gesorteerd

Quick answer

Sorteren means to sort. Past tense: sorteerde (singular) and sorteerden (plural). Past participle: gesorteerd, with hebben: ik heb gesorteerd.

Practise sorteren

Present (tegenwoordige tijd)

iksorteer
jijsorteert
hij/zij/hetsorteert
wijsorteren
julliesorteren
zijsorteren

Past (verleden tijd)

iksorteerde
jijsorteerde
hij/zij/hetsorteerde
wijsorteerden
julliesorteerden
zijsorteerden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gesorteerd
jijhebt gesorteerd
hij/zij/hetheeft gesorteerd
wijhebben gesorteerd
julliehebben gesorteerd
zijhebben gesorteerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gesorteerd
jijhad gesorteerd
hij/zij/hethad gesorteerd
wijhadden gesorteerd
julliehadden gesorteerd
zijhadden gesorteerd

Future (toekomende tijd)

ikzal sorteren
jijzult sorteren
hij/zij/hetzal sorteren
wijzullen sorteren
julliezullen sorteren
zijzullen sorteren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou sorteren
jijzou sorteren
hij/zij/hetzou sorteren
wijzouden sorteren
julliezouden sorteren
zijzouden sorteren

Practise sorteren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is sorteer. The infinitive sorteren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (sorteerde, sorteerden) and the participle ends in -d (gesorteerd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij sorteert, but sorteer jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of sorteren?

sorteerde (ik, jij, hij/zij/het) and sorteerden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of sorteren?

gesorteerd, with hebben: ik heb gesorteerd.

Is sorteren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gesorteerd, hij heeft gesorteerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.