Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Spellen

spellen = to spell

Hele werkwoord
spellen
Verleden tijd
spelde · spelden
Voltooide tijd
heeft gespeld

Kort antwoord

Spellen is in het Engels to spell. Verleden tijd: spelde (enkelvoud) en spelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gespeld, met hebben: ik heb gespeld.

Oefen spellen

Tegenwoordige tijd

ikspel
jijspelt
hij/zij/hetspelt
wijspellen
julliespellen
zijspellen

Verleden tijd

ikspelde
jijspelde
hij/zij/hetspelde
wijspelden
julliespelden
zijspelden

Voltooide tijd

ikheb gespeld
jijhebt gespeld
hij/zij/hetheeft gespeld
wijhebben gespeld
julliehebben gespeld
zijhebben gespeld

Voltooid verleden tijd

ikhad gespeld
jijhad gespeld
hij/zij/hethad gespeld
wijhadden gespeld
julliehadden gespeld
zijhadden gespeld

Toekomende tijd

ikzal spellen
jijzult spellen
hij/zij/hetzal spellen
wijzullen spellen
julliezullen spellen
zijzullen spellen

Voorwaardelijke wijs

ikzou spellen
jijzou spellen
hij/zij/hetzou spellen
wijzouden spellen
julliezouden spellen
zijzouden spellen

Oefen spellen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

spellen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Kun je je achternaam even ?

  2. Verleden tijd

    De juf het moeilijke woord langzaam voor ons.

  3. Voltooide tijd

    Ik mijn naam twee keer voor de receptioniste .

  4. Bijzin

    Het is lastig als je een woord niet goed kunt .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is spel. In spellen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (spelde, spelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gespeld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij spelt, maar spel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van spellen?

spelde (ik, jij, hij/zij/het) en spelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van spellen?

gespeld, met hebben: ik heb gespeld.

Gebruik je spellen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gespeld, hij heeft gespeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.