Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Spiegelen
spiegelen = to mirror
- Hele werkwoord
- spiegelen
- Verleden tijd
- spiegelde · spiegelden
- Voltooide tijd
- heeft gespiegeld
Kort antwoord
Spiegelen is in het Engels to mirror. Verleden tijd: spiegelde (enkelvoud) en spiegelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gespiegeld, met hebben: ik heb gespiegeld.
Oefen spiegelenTegenwoordige tijd
| ik | spiegel |
| jij | spiegelt |
| hij/zij/het | spiegelt |
| wij | spiegelen |
| jullie | spiegelen |
| zij | spiegelen |
Verleden tijd
| ik | spiegelde |
| jij | spiegelde |
| hij/zij/het | spiegelde |
| wij | spiegelden |
| jullie | spiegelden |
| zij | spiegelden |
Voltooide tijd
| ik | heb gespiegeld |
| jij | hebt gespiegeld |
| hij/zij/het | heeft gespiegeld |
| wij | hebben gespiegeld |
| jullie | hebben gespiegeld |
| zij | hebben gespiegeld |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gespiegeld |
| jij | had gespiegeld |
| hij/zij/het | had gespiegeld |
| wij | hadden gespiegeld |
| jullie | hadden gespiegeld |
| zij | hadden gespiegeld |
Toekomende tijd
| ik | zal spiegelen |
| jij | zult spiegelen |
| hij/zij/het | zal spiegelen |
| wij | zullen spiegelen |
| jullie | zullen spiegelen |
| zij | zullen spiegelen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou spiegelen |
| jij | zou spiegelen |
| hij/zij/het | zou spiegelen |
| wij | zouden spiegelen |
| jullie | zouden spiegelen |
| zij | zouden spiegelen |
Oefen spiegelen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
spiegelen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is spiegel. In spiegelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (spiegelde, spiegelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gespiegeld).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij spiegelt, maar spiegel jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van spiegelen?
spiegelde (ik, jij, hij/zij/het) en spiegelden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van spiegelen?
gespiegeld, met hebben: ik heb gespiegeld.
Gebruik je spiegelen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gespiegeld, hij heeft gespiegeld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.