Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Spiegelen

spiegelen = to mirror

Hele werkwoord
spiegelen
Verleden tijd
spiegelde · spiegelden
Voltooide tijd
heeft gespiegeld

Kort antwoord

Spiegelen is in het Engels to mirror. Verleden tijd: spiegelde (enkelvoud) en spiegelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gespiegeld, met hebben: ik heb gespiegeld.

Oefen spiegelen

Tegenwoordige tijd

ikspiegel
jijspiegelt
hij/zij/hetspiegelt
wijspiegelen
julliespiegelen
zijspiegelen

Verleden tijd

ikspiegelde
jijspiegelde
hij/zij/hetspiegelde
wijspiegelden
julliespiegelden
zijspiegelden

Voltooide tijd

ikheb gespiegeld
jijhebt gespiegeld
hij/zij/hetheeft gespiegeld
wijhebben gespiegeld
julliehebben gespiegeld
zijhebben gespiegeld

Voltooid verleden tijd

ikhad gespiegeld
jijhad gespiegeld
hij/zij/hethad gespiegeld
wijhadden gespiegeld
julliehadden gespiegeld
zijhadden gespiegeld

Toekomende tijd

ikzal spiegelen
jijzult spiegelen
hij/zij/hetzal spiegelen
wijzullen spiegelen
julliezullen spiegelen
zijzullen spiegelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou spiegelen
jijzou spiegelen
hij/zij/hetzou spiegelen
wijzouden spiegelen
julliezouden spiegelen
zijzouden spiegelen

Oefen spiegelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

spiegelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Het meer de bergen perfect.

  2. Voltooide tijd

    De ramen de hele straat .

  3. Tegenwoordige tijd

    Kinderen vaak het gedrag van hun ouders.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is spiegel. In spiegelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (spiegelde, spiegelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gespiegeld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij spiegelt, maar spiegel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van spiegelen?

spiegelde (ik, jij, hij/zij/het) en spiegelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van spiegelen?

gespiegeld, met hebben: ik heb gespiegeld.

Gebruik je spiegelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gespiegeld, hij heeft gespiegeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.