Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Spitsen
spitsen = to sharpen or prick up
- Hele werkwoord
- spitsen
- Verleden tijd
- spitste · spitsten
- Voltooide tijd
- heeft gespitst
Kort antwoord
Spitsen is in het Engels to sharpen or prick up. Verleden tijd: spitste (enkelvoud) en spitsten (meervoud). Voltooid deelwoord: gespitst, met hebben: ik heb gespitst.
Oefen spitsenTegenwoordige tijd
| ik | spits |
| jij | spitst |
| hij/zij/het | spitst |
| wij | spitsen |
| jullie | spitsen |
| zij | spitsen |
Verleden tijd
| ik | spitste |
| jij | spitste |
| hij/zij/het | spitste |
| wij | spitsten |
| jullie | spitsten |
| zij | spitsten |
Voltooide tijd
| ik | heb gespitst |
| jij | hebt gespitst |
| hij/zij/het | heeft gespitst |
| wij | hebben gespitst |
| jullie | hebben gespitst |
| zij | hebben gespitst |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gespitst |
| jij | had gespitst |
| hij/zij/het | had gespitst |
| wij | hadden gespitst |
| jullie | hadden gespitst |
| zij | hadden gespitst |
Toekomende tijd
| ik | zal spitsen |
| jij | zult spitsen |
| hij/zij/het | zal spitsen |
| wij | zullen spitsen |
| jullie | zullen spitsen |
| zij | zullen spitsen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou spitsen |
| jij | zou spitsen |
| hij/zij/het | zou spitsen |
| wij | zouden spitsen |
| jullie | zouden spitsen |
| zij | zouden spitsen |
Oefen spitsen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
spitsen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is spits. In spitsen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (spitste, spitsten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gespitst).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij spitst, maar spits jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van spitsen?
spitste (ik, jij, hij/zij/het) en spitsten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van spitsen?
gespitst, met hebben: ik heb gespitst.
Gebruik je spitsen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gespitst, hij heeft gespitst.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.