Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Spitsen

spitsen = to sharpen or prick up

Hele werkwoord
spitsen
Verleden tijd
spitste · spitsten
Voltooide tijd
heeft gespitst

Kort antwoord

Spitsen is in het Engels to sharpen or prick up. Verleden tijd: spitste (enkelvoud) en spitsten (meervoud). Voltooid deelwoord: gespitst, met hebben: ik heb gespitst.

Oefen spitsen

Tegenwoordige tijd

ikspits
jijspitst
hij/zij/hetspitst
wijspitsen
julliespitsen
zijspitsen

Verleden tijd

ikspitste
jijspitste
hij/zij/hetspitste
wijspitsten
julliespitsten
zijspitsten

Voltooide tijd

ikheb gespitst
jijhebt gespitst
hij/zij/hetheeft gespitst
wijhebben gespitst
julliehebben gespitst
zijhebben gespitst

Voltooid verleden tijd

ikhad gespitst
jijhad gespitst
hij/zij/hethad gespitst
wijhadden gespitst
julliehadden gespitst
zijhadden gespitst

Toekomende tijd

ikzal spitsen
jijzult spitsen
hij/zij/hetzal spitsen
wijzullen spitsen
julliezullen spitsen
zijzullen spitsen

Voorwaardelijke wijs

ikzou spitsen
jijzou spitsen
hij/zij/hetzou spitsen
wijzouden spitsen
julliezouden spitsen
zijzouden spitsen

Oefen spitsen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

spitsen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De hond zijn oren als hij een geluid hoort.

  2. Verleden tijd

    Toen de lerares mijn naam noemde, ik mijn oren.

  3. Voltooide tijd

    Ik mijn potlood net voor de tekenles.

  4. Bijzin

    De kinderen worden stil omdat ze hun oren voor het spannende verhaal.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is spits. In spitsen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (spitste, spitsten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gespitst).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij spitst, maar spits jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van spitsen?

spitste (ik, jij, hij/zij/het) en spitsten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van spitsen?

gespitst, met hebben: ik heb gespitst.

Gebruik je spitsen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gespitst, hij heeft gespitst.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.