Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Reguleren conjugation

reguleren = to regulate

Infinitive
reguleren
Past
reguleerde · reguleerden
Perfect
heeft gereguleerd

Quick answer

Reguleren means to regulate. Past tense: reguleerde (singular) and reguleerden (plural). Past participle: gereguleerd, with hebben: ik heb gereguleerd.

Practise reguleren

Present (tegenwoordige tijd)

ikreguleer
jijreguleert
hij/zij/hetreguleert
wijreguleren
julliereguleren
zijreguleren

Past (verleden tijd)

ikreguleerde
jijreguleerde
hij/zij/hetreguleerde
wijreguleerden
julliereguleerden
zijreguleerden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gereguleerd
jijhebt gereguleerd
hij/zij/hetheeft gereguleerd
wijhebben gereguleerd
julliehebben gereguleerd
zijhebben gereguleerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gereguleerd
jijhad gereguleerd
hij/zij/hethad gereguleerd
wijhadden gereguleerd
julliehadden gereguleerd
zijhadden gereguleerd

Future (toekomende tijd)

ikzal reguleren
jijzult reguleren
hij/zij/hetzal reguleren
wijzullen reguleren
julliezullen reguleren
zijzullen reguleren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou reguleren
jijzou reguleren
hij/zij/hetzou reguleren
wijzouden reguleren
julliezouden reguleren
zijzouden reguleren

Practise reguleren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is reguleer. The infinitive reguleren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (reguleerde, reguleerden) and the participle ends in -d (gereguleerd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij reguleert, but reguleer jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of reguleren?

reguleerde (ik, jij, hij/zij/het) and reguleerden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of reguleren?

gereguleerd, with hebben: ik heb gereguleerd.

Is reguleren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gereguleerd, hij heeft gereguleerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.