Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Straffen
straffen = to punish, to sentence
- Hele werkwoord
- straffen
- Verleden tijd
- strafte · straften
- Voltooide tijd
- heeft gestraft
Kort antwoord
Straffen is in het Engels to punish, to sentence. Verleden tijd: strafte (enkelvoud) en straften (meervoud). Voltooid deelwoord: gestraft, met hebben: ik heb gestraft.
Oefen straffenTegenwoordige tijd
| ik | straf |
| jij | straft |
| hij/zij/het | straft |
| wij | straffen |
| jullie | straffen |
| zij | straffen |
Verleden tijd
| ik | strafte |
| jij | strafte |
| hij/zij/het | strafte |
| wij | straften |
| jullie | straften |
| zij | straften |
Voltooide tijd
| ik | heb gestraft |
| jij | hebt gestraft |
| hij/zij/het | heeft gestraft |
| wij | hebben gestraft |
| jullie | hebben gestraft |
| zij | hebben gestraft |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gestraft |
| jij | had gestraft |
| hij/zij/het | had gestraft |
| wij | hadden gestraft |
| jullie | hadden gestraft |
| zij | hadden gestraft |
Toekomende tijd
| ik | zal straffen |
| jij | zult straffen |
| hij/zij/het | zal straffen |
| wij | zullen straffen |
| jullie | zullen straffen |
| zij | zullen straffen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou straffen |
| jij | zou straffen |
| hij/zij/het | zou straffen |
| wij | zouden straffen |
| jullie | zouden straffen |
| zij | zouden straffen |
Oefen straffen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
straffen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is straf. In straffen staat f voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (strafte, straften) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gestraft).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij straft, maar straf jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van straffen?
strafte (ik, jij, hij/zij/het) en straften (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van straffen?
gestraft, met hebben: ik heb gestraft.
Gebruik je straffen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gestraft, hij heeft gestraft.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.