Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Straffen

straffen = to punish, to sentence

Hele werkwoord
straffen
Verleden tijd
strafte · straften
Voltooide tijd
heeft gestraft

Kort antwoord

Straffen is in het Engels to punish, to sentence. Verleden tijd: strafte (enkelvoud) en straften (meervoud). Voltooid deelwoord: gestraft, met hebben: ik heb gestraft.

Oefen straffen

Tegenwoordige tijd

ikstraf
jijstraft
hij/zij/hetstraft
wijstraffen
julliestraffen
zijstraffen

Verleden tijd

ikstrafte
jijstrafte
hij/zij/hetstrafte
wijstraften
julliestraften
zijstraften

Voltooide tijd

ikheb gestraft
jijhebt gestraft
hij/zij/hetheeft gestraft
wijhebben gestraft
julliehebben gestraft
zijhebben gestraft

Voltooid verleden tijd

ikhad gestraft
jijhad gestraft
hij/zij/hethad gestraft
wijhadden gestraft
julliehadden gestraft
zijhadden gestraft

Toekomende tijd

ikzal straffen
jijzult straffen
hij/zij/hetzal straffen
wijzullen straffen
julliezullen straffen
zijzullen straffen

Voorwaardelijke wijs

ikzou straffen
jijzou straffen
hij/zij/hetzou straffen
wijzouden straffen
julliezouden straffen
zijzouden straffen

Oefen straffen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

straffen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De rechter de dief streng.

  2. Verleden tijd

    Mijn ouders mij vroeger zelden.

  3. Voltooide tijd

    De trainer het team na de ruzie.

  4. Bijzin

    Het kind huilt omdat de juf hem .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is straf. In straffen staat f voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (strafte, straften) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gestraft).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij straft, maar straf jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van straffen?

strafte (ik, jij, hij/zij/het) en straften (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van straffen?

gestraft, met hebben: ik heb gestraft.

Gebruik je straffen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gestraft, hij heeft gestraft.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.