Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Onregelmatig

Vervoeging van Strijken

strijken = to stroke, to iron

Hele werkwoord
strijken
Verleden tijd
streek · streken
Voltooide tijd
heeft gestreken

Kort antwoord

Strijken is in het Engels to stroke, to iron. Verleden tijd: streek (enkelvoud) en streken (meervoud). Voltooid deelwoord: gestreken, met hebben: ik heb gestreken.

Oefen strijken

Tegenwoordige tijd

ikstrijk
jijstrijkt
hij/zij/hetstrijkt
wijstrijken
julliestrijken
zijstrijken

Verleden tijd

ikstreek
jijstreek
hij/zij/hetstreek
wijstreken
julliestreken
zijstreken

Voltooide tijd

ikheb gestreken
jijhebt gestreken
hij/zij/hetheeft gestreken
wijhebben gestreken
julliehebben gestreken
zijhebben gestreken

Voltooid verleden tijd

ikhad gestreken
jijhad gestreken
hij/zij/hethad gestreken
wijhadden gestreken
julliehadden gestreken
zijhadden gestreken

Toekomende tijd

ikzal strijken
jijzult strijken
hij/zij/hetzal strijken
wijzullen strijken
julliezullen strijken
zijzullen strijken

Voorwaardelijke wijs

ikzou strijken
jijzou strijken
hij/zij/hetzou strijken
wijzouden strijken
julliezouden strijken
zijzouden strijken

Oefen strijken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

strijken in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn vader elke zondag zijn overhemden.

  2. Verleden tijd

    Gisteren ik mijn nieuwe broek voor het feest.

  3. Voltooide tijd

    Jij de kleren al .

  4. Tegenwoordige tijd

    Zij de kat zachtjes over zijn rug.

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: strijken, streek, gestreken.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij strijkt, maar strijk jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van strijken?

streek (ik, jij, hij/zij/het) en streken (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van strijken?

gestreken, met hebben: ik heb gestreken.

Gebruik je strijken met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gestreken, hij heeft gestreken.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.