Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Irregular, separable

Aanlopen conjugation

aanlopen = to run into, to drop by

Infinitive
aanlopen
Past
liep aan · liepen aan
Perfect
is aangelopen

Quick answer

Aanlopen means to run into, to drop by. Past tense: liep aan (singular) and liepen aan (plural). Past participle: aangelopen, with zijn: ik ben aangelopen.

Practise aanlopen

Present (tegenwoordige tijd)

ikloop aan
jijloopt aan
hij/zij/hetloopt aan
wijlopen aan
jullielopen aan
zijlopen aan

Past (verleden tijd)

ikliep aan
jijliep aan
hij/zij/hetliep aan
wijliepen aan
jullieliepen aan
zijliepen aan

Perfect (voltooide tijd)

ikben aangelopen
jijbent aangelopen
hij/zij/hetis aangelopen
wijzijn aangelopen
julliezijn aangelopen
zijzijn aangelopen

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikwas aangelopen
jijwas aangelopen
hij/zij/hetwas aangelopen
wijwaren aangelopen
julliewaren aangelopen
zijwaren aangelopen

Future (toekomende tijd)

ikzal aanlopen
jijzult aanlopen
hij/zij/hetzal aanlopen
wijzullen aanlopen
julliezullen aanlopen
zijzullen aanlopen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou aanlopen
jijzou aanlopen
hij/zij/hetzou aanlopen
wijzouden aanlopen
julliezouden aanlopen
zijzouden aanlopen

Aanlopen is a separable verb

In a main clause aan goes to the end (ik loop aan). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik aanloop). Participle: aangelopen.

Main clauseik loop aan
Questionloop jij aan?
Subordinate clause… dat ik aanloop
With a modal verbik wil aanlopen
Perfect tenseik ben aangelopen
With om ... teom aan te lopen
Imperativeloop aan!

Separable verbs: rules and checker

Practise aanlopen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: aanlopen, liep aan, aangelopen.
  • Separable verb. In a main clause the prefix aan goes to the end: ik loop aan. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik aanloop, ... dat ik aanliep.
  • In the participle, ge goes between the two parts: aangelopen.
  • Perfect tense with zijn: ik ben aangelopen, not ik heb aangelopen.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of aanlopen?

liep aan (ik, jij, hij/zij/het) and liepen aan (wij, jullie, zij).

What is the past participle of aanlopen?

aangelopen, with zijn: ik ben aangelopen.

Is aanlopen used with hebben or zijn?

With zijn: ik ben aangelopen, hij is aangelopen.

Is aanlopen a separable verb?

Yes. In a main clause aan goes to the end (ik loop aan), in a subordinate clause it stays attached (dat ik aanloop). Participle: aangelopen.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.