Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Strikken
strikken = to tie or persuade
- Hele werkwoord
- strikken
- Verleden tijd
- strikte · strikten
- Voltooide tijd
- heeft gestrikt
Kort antwoord
Strikken is in het Engels to tie or persuade. Verleden tijd: strikte (enkelvoud) en strikten (meervoud). Voltooid deelwoord: gestrikt, met hebben: ik heb gestrikt.
Oefen strikkenTegenwoordige tijd
| ik | strik |
| jij | strikt |
| hij/zij/het | strikt |
| wij | strikken |
| jullie | strikken |
| zij | strikken |
Verleden tijd
| ik | strikte |
| jij | strikte |
| hij/zij/het | strikte |
| wij | strikten |
| jullie | strikten |
| zij | strikten |
Voltooide tijd
| ik | heb gestrikt |
| jij | hebt gestrikt |
| hij/zij/het | heeft gestrikt |
| wij | hebben gestrikt |
| jullie | hebben gestrikt |
| zij | hebben gestrikt |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gestrikt |
| jij | had gestrikt |
| hij/zij/het | had gestrikt |
| wij | hadden gestrikt |
| jullie | hadden gestrikt |
| zij | hadden gestrikt |
Toekomende tijd
| ik | zal strikken |
| jij | zult strikken |
| hij/zij/het | zal strikken |
| wij | zullen strikken |
| jullie | zullen strikken |
| zij | zullen strikken |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou strikken |
| jij | zou strikken |
| hij/zij/het | zou strikken |
| wij | zouden strikken |
| jullie | zouden strikken |
| zij | zouden strikken |
Oefen strikken
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
strikken in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is strik. In strikken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (strikte, strikten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gestrikt).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij strikt, maar strik jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van strikken?
strikte (ik, jij, hij/zij/het) en strikten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van strikken?
gestrikt, met hebben: ik heb gestrikt.
Gebruik je strikken met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gestrikt, hij heeft gestrikt.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.