Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Strikken

strikken = to tie or persuade

Hele werkwoord
strikken
Verleden tijd
strikte · strikten
Voltooide tijd
heeft gestrikt

Kort antwoord

Strikken is in het Engels to tie or persuade. Verleden tijd: strikte (enkelvoud) en strikten (meervoud). Voltooid deelwoord: gestrikt, met hebben: ik heb gestrikt.

Oefen strikken

Tegenwoordige tijd

ikstrik
jijstrikt
hij/zij/hetstrikt
wijstrikken
julliestrikken
zijstrikken

Verleden tijd

ikstrikte
jijstrikte
hij/zij/hetstrikte
wijstrikten
julliestrikten
zijstrikten

Voltooide tijd

ikheb gestrikt
jijhebt gestrikt
hij/zij/hetheeft gestrikt
wijhebben gestrikt
julliehebben gestrikt
zijhebben gestrikt

Voltooid verleden tijd

ikhad gestrikt
jijhad gestrikt
hij/zij/hethad gestrikt
wijhadden gestrikt
julliehadden gestrikt
zijhadden gestrikt

Toekomende tijd

ikzal strikken
jijzult strikken
hij/zij/hetzal strikken
wijzullen strikken
julliezullen strikken
zijzullen strikken

Voorwaardelijke wijs

ikzou strikken
jijzou strikken
hij/zij/hetzou strikken
wijzouden strikken
julliezouden strikken
zijzouden strikken

Oefen strikken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

strikken in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Jullie mij weer voor het schoonmaken.

  2. Verleden tijd

    Zij een bekende zanger voor haar feest.

  3. Voltooide tijd

    Ik mijn buurman voor de verhuizing.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is strik. In strikken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (strikte, strikten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gestrikt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij strikt, maar strik jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van strikken?

strikte (ik, jij, hij/zij/het) en strikten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van strikken?

gestrikt, met hebben: ik heb gestrikt.

Gebruik je strikken met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gestrikt, hij heeft gestrikt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.