Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular, separable

Goedpraten conjugation

goedpraten = to justify or excuse

Infinitive
goedpraten
Past
praatte goed · praatten goed
Perfect
heeft goedgepraat

Quick answer

Goedpraten means to justify or excuse. Past tense: praatte goed (singular) and praatten goed (plural). Past participle: goedgepraat, with hebben: ik heb goedgepraat.

Practise goedpraten

Present (tegenwoordige tijd)

ikpraat goed
jijpraat goed
hij/zij/hetpraat goed
wijpraten goed
julliepraten goed
zijpraten goed

Past (verleden tijd)

ikpraatte goed
jijpraatte goed
hij/zij/hetpraatte goed
wijpraatten goed
julliepraatten goed
zijpraatten goed

Perfect (voltooide tijd)

ikheb goedgepraat
jijhebt goedgepraat
hij/zij/hetheeft goedgepraat
wijhebben goedgepraat
julliehebben goedgepraat
zijhebben goedgepraat

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad goedgepraat
jijhad goedgepraat
hij/zij/hethad goedgepraat
wijhadden goedgepraat
julliehadden goedgepraat
zijhadden goedgepraat

Future (toekomende tijd)

ikzal goedpraten
jijzult goedpraten
hij/zij/hetzal goedpraten
wijzullen goedpraten
julliezullen goedpraten
zijzullen goedpraten

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou goedpraten
jijzou goedpraten
hij/zij/hetzou goedpraten
wijzouden goedpraten
julliezouden goedpraten
zijzouden goedpraten

Goedpraten is a separable verb

In a main clause goed goes to the end (ik praat goed). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik goedpraat). Participle: goedgepraat.

Main clauseik praat goed
Questionpraat jij goed?
Subordinate clause… dat ik goedpraat
With a modal verbik wil goedpraten
Perfect tenseik heb goedgepraat
With om ... teom goed te praten
Imperativepraat goed!

Separable verbs: rules and checker

Practise goedpraten

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is praat. The infinitive praten has t before -en, one of the sounds in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -te (praatte, praatten) and the participle ends in -t (goedgepraat).
  • Separable verb. In a main clause the prefix goed goes to the end: ik praat goed. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik goedpraat, ... dat ik goedpraatte.
  • In the participle, ge goes between the two parts: goedgepraat.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of goedpraten?

praatte goed (ik, jij, hij/zij/het) and praatten goed (wij, jullie, zij).

What is the past participle of goedpraten?

goedgepraat, with hebben: ik heb goedgepraat.

Is goedpraten used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb goedgepraat, hij heeft goedgepraat.

Is goedpraten a separable verb?

Yes. In a main clause goed goes to the end (ik praat goed), in a subordinate clause it stays attached (dat ik goedpraat). Participle: goedgepraat.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.