Level B2 · Regular, separable
Goedpraten conjugation
goedpraten = to justify or excuse
- Infinitive
- goedpraten
- Past
- praatte goed · praatten goed
- Perfect
- heeft goedgepraat
Quick answer
Goedpraten means to justify or excuse. Past tense: praatte goed (singular) and praatten goed (plural). Past participle: goedgepraat, with hebben: ik heb goedgepraat.
Practise goedpratenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | praat goed |
| jij | praat goed |
| hij/zij/het | praat goed |
| wij | praten goed |
| jullie | praten goed |
| zij | praten goed |
Past (verleden tijd)
| ik | praatte goed |
| jij | praatte goed |
| hij/zij/het | praatte goed |
| wij | praatten goed |
| jullie | praatten goed |
| zij | praatten goed |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb goedgepraat |
| jij | hebt goedgepraat |
| hij/zij/het | heeft goedgepraat |
| wij | hebben goedgepraat |
| jullie | hebben goedgepraat |
| zij | hebben goedgepraat |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had goedgepraat |
| jij | had goedgepraat |
| hij/zij/het | had goedgepraat |
| wij | hadden goedgepraat |
| jullie | hadden goedgepraat |
| zij | hadden goedgepraat |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal goedpraten |
| jij | zult goedpraten |
| hij/zij/het | zal goedpraten |
| wij | zullen goedpraten |
| jullie | zullen goedpraten |
| zij | zullen goedpraten |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou goedpraten |
| jij | zou goedpraten |
| hij/zij/het | zou goedpraten |
| wij | zouden goedpraten |
| jullie | zouden goedpraten |
| zij | zouden goedpraten |
Goedpraten is a separable verb
In a main clause goed goes to the end (ik praat goed). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik goedpraat). Participle: goedgepraat.
| Main clause | ik praat goed |
| Question | praat jij goed? |
| Subordinate clause | … dat ik goedpraat |
| With a modal verb | ik wil goedpraten |
| Perfect tense | ik heb goedgepraat |
| With om ... te | om goed te praten |
| Imperative | praat goed! |
Practise goedpraten
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is praat. The infinitive praten has t before -en, one of the sounds in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -te (praatte, praatten) and the participle ends in -t (goedgepraat).
- Separable verb. In a main clause the prefix goed goes to the end: ik praat goed. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik goedpraat, ... dat ik goedpraatte.
- In the participle, ge goes between the two parts: goedgepraat.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of goedpraten?
praatte goed (ik, jij, hij/zij/het) and praatten goed (wij, jullie, zij).
What is the past participle of goedpraten?
goedgepraat, with hebben: ik heb goedgepraat.
Is goedpraten used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb goedgepraat, hij heeft goedgepraat.
Is goedpraten a separable verb?
Yes. In a main clause goed goes to the end (ik praat goed), in a subordinate clause it stays attached (dat ik goedpraat). Participle: goedgepraat.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.