Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Struikelen

struikelen = to stumble

Hele werkwoord
struikelen
Verleden tijd
struikelde · struikelden
Voltooide tijd
is gestruikeld

Kort antwoord

Struikelen is in het Engels to stumble. Verleden tijd: struikelde (enkelvoud) en struikelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gestruikeld, met zijn: ik ben gestruikeld.

Oefen struikelen

Tegenwoordige tijd

ikstruikel
jijstruikelt
hij/zij/hetstruikelt
wijstruikelen
julliestruikelen
zijstruikelen

Verleden tijd

ikstruikelde
jijstruikelde
hij/zij/hetstruikelde
wijstruikelden
julliestruikelden
zijstruikelden

Voltooide tijd

ikben gestruikeld
jijbent gestruikeld
hij/zij/hetis gestruikeld
wijzijn gestruikeld
julliezijn gestruikeld
zijzijn gestruikeld

Voltooid verleden tijd

ikwas gestruikeld
jijwas gestruikeld
hij/zij/hetwas gestruikeld
wijwaren gestruikeld
julliewaren gestruikeld
zijwaren gestruikeld

Toekomende tijd

ikzal struikelen
jijzult struikelen
hij/zij/hetzal struikelen
wijzullen struikelen
julliezullen struikelen
zijzullen struikelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou struikelen
jijzou struikelen
hij/zij/hetzou struikelen
wijzouden struikelen
julliezouden struikelen
zijzouden struikelen

Oefen struikelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

struikelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn zoontje vaak over zijn eigen schoenen.

  2. Verleden tijd

    Gisteren ik bijna over de losse tegel.

  3. Voltooide tijd

    Jij gisteren over de stoep .

  4. Bijzin

    Ze lachten, omdat de ober bijna over de hond .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is struikel. In struikelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (struikelde, struikelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gestruikeld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij struikelt, maar struikel jij?
  • Voltooide tijd met zijn: ik ben gestruikeld, niet ik heb gestruikeld.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van struikelen?

struikelde (ik, jij, hij/zij/het) en struikelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van struikelen?

gestruikeld, met zijn: ik ben gestruikeld.

Gebruik je struikelen met hebben of zijn?

Met zijn: ik ben gestruikeld, hij is gestruikeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.