Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Struikelen
struikelen = to stumble
- Hele werkwoord
- struikelen
- Verleden tijd
- struikelde · struikelden
- Voltooide tijd
- is gestruikeld
Kort antwoord
Struikelen is in het Engels to stumble. Verleden tijd: struikelde (enkelvoud) en struikelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gestruikeld, met zijn: ik ben gestruikeld.
Oefen struikelenTegenwoordige tijd
| ik | struikel |
| jij | struikelt |
| hij/zij/het | struikelt |
| wij | struikelen |
| jullie | struikelen |
| zij | struikelen |
Verleden tijd
| ik | struikelde |
| jij | struikelde |
| hij/zij/het | struikelde |
| wij | struikelden |
| jullie | struikelden |
| zij | struikelden |
Voltooide tijd
| ik | ben gestruikeld |
| jij | bent gestruikeld |
| hij/zij/het | is gestruikeld |
| wij | zijn gestruikeld |
| jullie | zijn gestruikeld |
| zij | zijn gestruikeld |
Voltooid verleden tijd
| ik | was gestruikeld |
| jij | was gestruikeld |
| hij/zij/het | was gestruikeld |
| wij | waren gestruikeld |
| jullie | waren gestruikeld |
| zij | waren gestruikeld |
Toekomende tijd
| ik | zal struikelen |
| jij | zult struikelen |
| hij/zij/het | zal struikelen |
| wij | zullen struikelen |
| jullie | zullen struikelen |
| zij | zullen struikelen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou struikelen |
| jij | zou struikelen |
| hij/zij/het | zou struikelen |
| wij | zouden struikelen |
| jullie | zouden struikelen |
| zij | zouden struikelen |
Oefen struikelen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
struikelen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is struikel. In struikelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (struikelde, struikelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gestruikeld).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij struikelt, maar struikel jij?
- Voltooide tijd met zijn: ik ben gestruikeld, niet ik heb gestruikeld.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van struikelen?
struikelde (ik, jij, hij/zij/het) en struikelden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van struikelen?
gestruikeld, met zijn: ik ben gestruikeld.
Gebruik je struikelen met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben gestruikeld, hij is gestruikeld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.