Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Onregelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Terugkrijgen

terugkrijgen = to get back

Hele werkwoord
terugkrijgen
Verleden tijd
kreeg terug · kregen terug
Voltooide tijd
heeft teruggekregen

Kort antwoord

Terugkrijgen is in het Engels to get back. Verleden tijd: kreeg terug (enkelvoud) en kregen terug (meervoud). Voltooid deelwoord: teruggekregen, met hebben: ik heb teruggekregen.

Oefen terugkrijgen

Tegenwoordige tijd

ikkrijg terug
jijkrijgt terug
hij/zij/hetkrijgt terug
wijkrijgen terug
julliekrijgen terug
zijkrijgen terug

Verleden tijd

ikkreeg terug
jijkreeg terug
hij/zij/hetkreeg terug
wijkregen terug
julliekregen terug
zijkregen terug

Voltooide tijd

ikheb teruggekregen
jijhebt teruggekregen
hij/zij/hetheeft teruggekregen
wijhebben teruggekregen
julliehebben teruggekregen
zijhebben teruggekregen

Voltooid verleden tijd

ikhad teruggekregen
jijhad teruggekregen
hij/zij/hethad teruggekregen
wijhadden teruggekregen
julliehadden teruggekregen
zijhadden teruggekregen

Toekomende tijd

ikzal terugkrijgen
jijzult terugkrijgen
hij/zij/hetzal terugkrijgen
wijzullen terugkrijgen
julliezullen terugkrijgen
zijzullen terugkrijgen

Voorwaardelijke wijs

ikzou terugkrijgen
jijzou terugkrijgen
hij/zij/hetzou terugkrijgen
wijzouden terugkrijgen
julliezouden terugkrijgen
zijzouden terugkrijgen

Terugkrijgen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat terug naar het einde (ik krijg terug). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik terugkrijg). Voltooid deelwoord: teruggekregen.

Hoofdzinik krijg terug
Vraagkrijg jij terug?
Bijzin… dat ik terugkrijg
Met een modaal werkwoordik wil terugkrijgen
Voltooide tijdik heb teruggekregen
Met om ... teom terug te krijgen
Gebiedende wijskrijg terug!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen terugkrijgen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

terugkrijgen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik mijn geld morgen .

  2. Verleden tijd

    Zij gisteren haar fiets van de buurman .

  3. Voltooide tijd

    Wij onze koffer eindelijk .

  4. Tegenwoordige tijd

    Jullie je borg na de verhuizing .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: terugkrijgen, kreeg terug, teruggekregen.
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat terug naar het eind: ik krijg terug. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik terugkrijg, ... dat ik terugkreeg.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: teruggekregen.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van terugkrijgen?

kreeg terug (ik, jij, hij/zij/het) en kregen terug (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van terugkrijgen?

teruggekregen, met hebben: ik heb teruggekregen.

Gebruik je terugkrijgen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb teruggekregen, hij heeft teruggekregen.

Is terugkrijgen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat terug naar het einde (ik krijg terug), in een bijzin blijft het vast (dat ik terugkrijg). Voltooid deelwoord: teruggekregen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.